De restwaarde is de waarde van het actief aan het einde van de gebruiksduur. Het betreft de verwachte opbrengst die dan nog kan worden gerealiseerd, verminderd met eventueel te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. De gemeente kan er voor kiezen om bij het bepalen van het afschrijvingsbedrag rekening te houden met een restwaarde.
Aangezien activa worden gebruikt en gedurende de afschrijfperiode technisch en economisch verouderen en slijten zal de praktijk meestal zijn dat naar een boekwaarde van nul moet worden afgeschreven. Dit veronderstelt dat het voornemen bestaat om het actief tot het einde van de mogelijke gebruiksduur dus conform de verwachte technische levensduur te benutten.
Op grond van het voorzichtigheidsbeginsel wordt voorgesteld om geen rekening gehouden met een restwaarde. Dit uitgangspunt wordt gehanteerd vanwege de grote mate van onzekerheid over de ontwikkelingen omtrent de toekomstige gebruiksduur en het bepalen van de (mogelijke) restwaarde. Restwaarden liggen in de toekomst en zijn in hoge mate onderhevig aan onzekere factoren vanuit de markt.
Een uitzondering kan worden gemaakt voor investeringen die worden gedaan uit hoofde van een strategische aankoop. In dat geval wordt de waarde bepaald op de waarde van de onderliggende grond gewaardeerd tegen de huidige bestemming.
Uitgangspunt
Bij afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde, tenzij er sprake is van een strategische aankoop. In dat geval is de restwaarde maximaal de waarde van de onderliggende grond.
In het BBV (artikel 33) wordt bij de vaste activa onderscheid gemaakt naar immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa.
Dit onderscheid is van belang bij de beantwoording van de vraag of bepaalde uitgaven al dan niet mogen/moeten worden geactiveerd.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5
Afschrijven tot restwaarde
Onderdeel van Nota Vaste Activa gemeente Heiloo 2023