Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Waardering vaste activa

Onderdeel van Nota Vaste Activa gemeente Heiloo 2023

In artikel 63 van het BBV (Artikel 63 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten)zijn de bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van activa, namelijk verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs en een toelichting op deze begrippen. In dat artikel is gesteld dat behalve de directe kosten, in de vervaardigingprijs ook een redelijk deel van de indirecte kosten, zoals bijvoorbeeld overhead, en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van dat actief wordt gewerkt kan worden toegerekend. Ook is het is toegestaan om ook personeelslasten in de vervaardigingprijs op te nemen zolang ze direct zijn toe te rekenen aan de betreffende vaste activa. In onze gemeente worden geen personeelskosten en dergelijke toegerekend aan de investeringen. Deze kosten worden gezien als reguliere werkzaamheden en komen ten laste van het begrotingssaldo. Dit om dekkingsproblemen te voorkomen. Voorbereidende kosten zoals bestek gereedmaken van een bepaalde investering c.q. toezicht op uitvoering worden geactiveerd, voor zover deze bestaan uit externe inhuur en/ of advieskosten. Indien op investeringen subsidies worden verkregen dan wordt hiermee pas rekening gehouden indien de beschikking is ontvangen. Dit is in lijn met het realisatiebeginsel dat stelt dat winsten pas worden genomen als deze worden gerealiseerd. Uitgangspunt Voor de waardering van een investering geldt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Aan investeringen wordt geen rente- of personeelskosten werkorganisatie BUCH toegerekend. Voorbereidende kosten van een investeringskrediet worden geactiveerd voor zover deze bestaan uit externe inhuur en/ of advieskosten.

Rechtspraak bij dit artikel