Ondernemers mogen – onder voorwaarden - ook buiten de RES- zoekgebieden microturbines of zonnevelden op erven of bedrijfskavels plaatsen om in de eigen verwachte elektriciteitsbehoefte te voorzien. Dit hoofdstuk geeft die voorwaarden weer.
Uitgangspunten van andere overheden
Ruimtelijke uitgangspunten voor microturbines zoals aangedragen door de provincie Noord-Holland zijn in dit beleidskader niet opgenomen maar moeten wel in acht genomen worden om tot een vergunbaar project te komen.
Overige uitgangspunten vanuit de Rijksregelgeving, provinciale verordeningen en bijvoorbeeld de Energieverkenning IJsselmeergebied, bijzonder provinciaal landschap, erfgoedrichtlijnen en leidraad landschap en cultuurhistorie zijn in dit beleidskader niet opgenomen maar moeten wel in acht genomen worden om tot een vergunbaar project te komen.
Voorwaarden voor plaatsing van microturbines en zonnevelden voor zelfvoorzienendheid bij ondernemers
Voor het plaatsen van microturbines en zonnevelden geldt dat deze alleen gerealiseerd kunnen worden wanneer:
er aantoonbaar geen of ontoereikend mogelijkheden (technisch, juridisch en/of financieel-economisch) zijn voor de realisatie van het benodigde vermogen op dakoppervlaktes;
deze worden geplaatst binnen:
de begrenzing van het agrarisch bouwvlak (voor agrarisch ondernemers in het buitengebied);
binnen het bedrijfsbouwvlak van kavels groter dan 1 hectare (maar kleiner dan 2 hectare) met een stedelijke functie (voor overige ondernemers);
de installaties aantoonbaar bedoeld zijn in om de eigen (verwachte) behoefte te voorzien;
in het geval van zonnevelden geldt dat er in totaal sprake mag zijn van een oppervlakte van maximaal 2 hectare;
in het geval microturbines geldt dat er sprake mag zijn van maximaal 1 microturbine.
Algemene uitgangspunten microturbines en zonnevelden voor Westfriesland
Microturbines en zonnevelden dienen geplaatst te worden binnen de begrenzing van een agrarisch of bedrijfsbouwvlak, op maximaal 30 meter van de bebouwing;
Microturbines of zonnevelden plaatsen binnen de bouwvlakbegrenzing, niet als onderdeel van de groene begrenzing en niet ten koste van groen/bomen;
Plaats de microturbines of zonnevelden op voldoende afstand van beschermde cultuurhistorisch of landschappelijk waardevolle elementen en structuren zoals karakteristieke waterlopen, dijken en archeologische of aardkundige monumenten;
Indien er microturbines op erven in de buurt zijn moet er sprake zijn van ruimtelijke samenhang tussen de turbines onderling;
Maximaal 1 microturbine met een maximale ashoogte van 15 meter of 1 zonneveld per bouwvlak;
Plaats een zonneveld op een ondergeschikte locatie binnen de bouwvlakbegrenzing en met behoud van doorzichten over de kavel;
Zorg voor voldoende ruimte tussen de panelen, zodat water, lucht en licht tot de bodem kunnen doordringen;
Ontwikkel zonneparken zoveel als mogelijk samen met ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke kansen en kwaliteiten;
Binnen de begrenzing van een agrarisch of bedrijfsbouwvlak geldt dat ook wordt aanbevolen om te kijken naar innovatieve vormen van energieopslag, mits goed ingepast. Hierbij kan men denken aan:
opslag in batterijen
omzet naar waterstof
power-to-heat: e-boilers en andere elektrisch aangedreven warmtevoorzieningen
Onderstaande visualisaties geven weer hoe erven in verschillende situaties gedefinieerd worden. Deze illustreren de uitgangspunten zoals genoemd in hoofdstukken 3 en 4.
Erven in een experimenteerlandschap
Erven in een dorpslint
Erven in een landelijk lint
Voor verdere afbeeldingen voor zon en wind op erven: zie katern Westfriesland - Erven
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2.
Algemene uitgangspunten wind en zon ten behoeve van zelfvoorzienendheid ondernemers
Onderdeel van Beleidskader wind- en zonne-energie Westfriesland