In het op te stellen participatieplan is aandacht voor zowel procesparticipatie als financiële participatie.
Totstandkomingsproces participatieplan
Initiatiefnemers moeten een participatieplan indienen bij de aanvraag van het initiatief. Hieruit moet blijken dat de initiatiefnemer in staat is een participatieproces te organiseren dat aansluit op de wensen van de (lokale) overheden. Uit het participatieplan moet blijken dat de initiatiefnemer oog heeft voor de belangen vanuit de omgeving. Het participatieplan wordt als bijlage toegevoegd aan de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer en is basis voor de planologische medewerking van de gemeente en basis voor het proces van vergunningverlening. De volgende stappen worden gevolgd om te komen tot plan en uitvoering van proces- en financiële participatie:
Stap 1. De initiatiefnemer dient bij zijn principeverzoek een participatieplan in. In het participatieplan geeft initiatiefnemer aan:
hoe hij met de omgeving in gesprek gaat;
op welke wijze de omgeving bij de besluitvorming over het initiatief wordt betrokken;
hoe hij tot afspraken met de omgeving over financiële participatie wil komen;
wat hij op dat punt aan omwonenden wil voorleggen.
Stap 2. De initiatiefnemer start een gebiedsproces op conform zijn participatieplan. De resultaten van dat proces legt initiatiefnemer vast in een verslag. Daarin maakt hij inzichtelijk:
welke inspanningen hij heeft gepleegd;
wat de respons van de omwonenden hierop is geweest;
hoe hij de respons vervolgens heeft verwerkt;
wat de uiteindelijke afspraken met de omwonenden zijn.
Aan de hand van dit verslag actualiseert hij het participatieplan.
Stap 3. De gemeente beoordeelt dit geactualiseerde plan.
bij goedkeuring is initiatiefnemer gehouden het (goedgekeurde) participatieplan uit te voeren.
bij afkeuring is initiatiefnemer gehouden de aanwijzingen van de gemeente (om alsnog tot goedkeuring te kunnen komen) op te volgen. In de uitzonderlijke situatie dat het gebiedsproces, ondanks de inzet van initiatiefnemer, niet heeft geleid tot afspraken met omwonenden beoordeelt de gemeente of de geleverde inspanningen voldoende zijn geweest. Is dat niet het geval, dan zal initiatiefnemer alsnog de beloofde inspanningen moeten plegen. Heeft initiatiefnemer wel voldoende inspanningen gepleegd, dan geldt hetgeen hieronder bij stap 4 staat.
Heeft de initiatiefnemer onvoldoende inspanningen geleverd, dan zal dat voor de gemeenten reden zijn de gewenste planologische medewerking te weigeren.
Stap 4. Nadat de gemeente het geactualiseerde participatieplan heeft goedgekeurd of heeft geoordeeld dat initiatiefnemer – ondanks het uitblijven van afspraken – voldoende inspanningen heeft gepleegd, zullen de initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst sluiten. Daarin leggen bieder en initiatiefnemer ook vast welke onderdelen van het participatieplan voor het starten van het proces van vergunningverlening worden uitgevoerd. Het geactualiseerde participatieplan wordt als bijlage toegevoegd aan de anterieure overeenkomst.
Aspecten van het participatieplan
In het participatieplan komen de volgende aspecten ten aanzien van procesparticipatie en financiële participatie terug:
1.Invulling van procesparticipatie
De initiatiefnemer geeft aan over welke onderwerpen hij de direct omwonenden betrekt. Dit betreft minimaal de volgende onderwerpen:
Precieze vormgeving van het project;
Beplanting;
Herplanting van bomen;
Koppelkansen zoals recreatief gebruik, ecologische meerwaarde, waterberging.
Proces rond invulling financiële participatie.
De initiatiefnemer omschrijft stap voor stap het proces hoe deze participatie vorm krijgt en hoe daarbij de omgeving bij de besluitvorming wordt betrokken. Zo start (zie hierboven beschreven stap 2) de initiatiefnemer een gebiedsproces. Hij gaat daarbij in overleg met de omgeving om tot overeenstemming te komen op welke wijze hij uitvoering gaat geven aan het project. Het participatieplan vormt hiervoor de basis. In het participatieplan geeft initiatiefnemer aan hoe hij tot overeenstemming met de omgeving gaat komen en welk proces hij hiervoor gaat organiseren. Daarbij gaat initiatiefnemer in op de volgende elementen:
Organisatievorm die de financiële participatie regelt. Bij de organisatievorm valt te denken aan een project-bv of een coöperatie.
Processtappen en planning.
Stakeholders en doelgroepen.
Hoofdlijnen van de overeenstemming proces- en financiële participatie.
Maar ook:
Toekomstbestendigheid van de afspraken in verschillende projectfases, waarbij speciale aandacht is voor de overdracht van de afspraken bij een eventuele wisseling van eigenaar.
Onderdeel van het participatieplan is ook hoe vaak en op welke manier(en) de initiatiefnemer de omgeving betrekt. Zo hoort initiatiefnemer van direct omwonenden en de lokale omgeving hoe zij aankijken tegenover de hiervoor aangegeven onderwerpen van het project. Daarnaast organiseert de initiatiefnemer digitale bijeenkomsten om de lokale omgeving enthousiast te maken voor de financiële participatie in die gevallen waarin dat van toepassing is.
De initiatiefnemer geeft in het participatieplan aan welke mediakanalen hij inzet om de omgeving te betrekken (inclusief financiële participatie). Daarbij kan worden gedacht aan:
artikelen in het regionale dagblad;
artikelen in lokale kranten;
artikelen in huis-aan-huiskranten;
artikelen in de online pers;
artikelen voor de eigen media van de gemeente(n), zoals de digitale nieuwsbrieven en sociale media. Een en ander kan aangeleverd worden in overleg met de betreffende communicatie- afdelingen;
een website die voor dit project wordt ingericht met informatie over het project (inclusief informatie over de financiële participatie).
Initiatiefnemer verzorgt tenslotte een digitale nieuwsbrief over de voortgang van het project. Deze nieuwsbrief is voor alle geïnteresseerde direct omwonenden, inwoners uit de lokale omgeving en andere geïnteresseerden. Deze doelgroepen kunnen zich opgeven voor deze nieuwsbrief bij initiatiefnemer.
2.Invulling van financiële participatie
De gemeenten in Westfriesland vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners uit de lokale omgeving mede-eigenaar kunnen worden in duurzame energie-initiatieven Dit geldt speciaal voor de direct omwonenden en de lokale omgeving.
Pas nadat de omgeving van het project voldoende gelegenheid is geboden om financieel in het project te participeren en hier nog ruimte aanwezig is, komen andere inwoners aan bod. De initiatiefnemer geeft in het participatieplan aan hoe hij dit gaat organiseren.
Bij de uitwerking van de financiële participatie vinden de lokale overheden twee elementen belangrijk:
Lokaal eigendom. Het organiseren van lokaal eigendom vloeit voort uit het Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord stelt als streven minimaal 50% lokaal eigendom bij projecten.
Minder draagkrachtigen. Ook inwoners die minder te besteden hebben kunnen profiteren van het project.
Het betreffen minimale criteria. Initiatiefnemer dient in het participatieplan aan te geven hoe beide opties gerealiseerd worden in het project. Andere vormen van financiële participatie (zoals financiële deelneming via obligaties of kWh-certificaten) mag de inschrijver wel aanbieden, maar zijn niet verplicht.
Er zijn meerdere partijen die in onze regio ervaringen hebben met het organiseren van lokaal eigendom. We denken bijvoorbeeld aan Energie Samen, Participatiecoalitie Noord-Holland of de Zonnecoöperatie Westfriesland. Initiatiefnemers kunnen deze partijen vrijblijvend betrekken bij het initiatief.
De financiële participatie geldt niet als verplichting voor plannen die bedoeld zijn om in de eigen energiebehoefte te voorzien.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.3.
Participatieplan
Onderdeel van Beleidskader wind- en zonne-energie Westfriesland