Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Probleemanalyse

Onderdeel van Integraal beleid vergunningverlening, toezicht en handhaving gemeente Assen

In hoofdlijnen kan onderscheid gemaakt worden in vier gebieden: de binnenstad en wijkcentra, woonwijken, bedrijventerreinen en het buitengebied. Elk gebied kent zijn eigen problematiek en de daaraan verbonden risico’s. Bij de toets vooraf en het toezicht en de handhaving achteraf wordt nauw samengewerkt met de RUD Drenthe en de VRD. 4.2.1 Probleemanalyse binnenstad en wijkcentra In de binnenstad en wijkcentra is het van belang om een juiste balans te vinden tussen de soms grote diversiteit aan voorkomende functies en activiteiten. Levendigheid en bedrijvigheid staan soms haaks op de ervaren leefbaarheid van de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn geluidsoverlast van horeca en laad- en losactiviteiten bij winkels. In een aantal centra zijn functies gebundeld met een openbaar karakter. Het gaat hier bijvoorbeeld om scholen, sporthallen, wijkcentra en winkels, wat gebouwen zijn met een openbare functie die door veel mensen (tegelijk) bezocht worden. Verzorgingstehuizen, kinderdagverblijven, huisartsenposten, recreatieve bedrijven en dergelijke bieden daarnaast veelal (tijdelijk) onderdak, vaak aan een meer kwetsbare groep mensen. De brandveiligheid en constructieve veiligheid binnen en rondom gebouwen met een dergelijke functie zijn van groot belang. 4.2.2 Probleemanalyse woonwijken In tegenstelling tot deze categorie gebouwen, hebben we in de woonwijken te maken met een concentratie aan woningbouw. Hierbij is onderscheid te maken in grondgebonden en gestapelde woningbouw, de laatste categorie soms met een verscheidenheid aan functies op de begane grond. Bij grondgebonden woningbouw is veelal sprake van een gering risico. Het is een overzichtelijke omgeving, vaste bewoners, enkelvoudige functies als wonen. Bij gestapelde woningbouw zijn vooral constructieve veiligheid en brandveiligheid van belang. 4.2.3 Probleemanalyse bedrijventerreinen Bedrijventerreinen kennen een eigen problematiek. Ook hier is het van belang om een juiste balans te vinden tussen de verschillende voorkomende functies. De reikwijdte is hier echter wel kleiner dan binnen de binnenstad en woonwijken: de voorkomende functies zijn in principe allen aanwezig in het kader van bedrijvigheid. Mogelijke problemen doen zich voor bij bedrijventerreinen waar een combinatie van wonen en werken mogelijk is. Vanuit milieuwet- en regelgeving bestaat de kans dat de ene bedrijfswoning beschermd dient te worden ten aanzien van de bedrijvigheid van het naastgelegen perceel. Binnen een bedrijventerrein hebben we te maken met een aantal (mogelijk negatieve) effecten op de directe omgeving en de aangrenzende omgeving: geluid, geur, stof en externe veiligheidsaspecten zijn van invloed op de gebruiksmogelijkheden van de directe en de nabije omgeving. 4.2.4 Probleemanalyse buitengebied In het buitengebied zijn enkele belangrijke functies in hoofdzaak te onderscheiden. De agrarische en de recreatieve sector zijn hier vooral vertegenwoordigd. Daarnaast is aan een groot deel van het gebied een belangrijke natuurwaarde toegekend: de Ecologische Hoofdstructuur, Natura-2000 gebieden en het Nationaal Landschap Drentsche Aa. Daarnaast vindt in het buitengebied (veelal solitair gelegen) bedrijvigheid plaats, wordt er gewoond en lopen er belangrijke transportleidingen van gas, water en elektra en infrastructurele hoofdverbindingen door. Het buitengebied is een grootschalig gebied met een grote diversiteit aan functies. Deze functies staan soms op gespannen voet met elkaar, waardoor een zorgvuldige afweging op zijn plaats is. Door de schaal van het buitengebied is het geheel soms moeilijk te overzien: illegale bebouwing, aantasting van aanwezige waarden door illegale werkzaamheden en permanente bewoning van niet tot bewoning bestemde percelen zijn voorbeelden van voorkomende problemen. Recreatieve sector Ook de recreatieve sector is vertegenwoordigd in onze gemeente. Recreatief gebruik in het buitengebied vindt plaats in gebouwen, tijdelijke bouwwerken, kampeermiddelen en in de openbare ruimte. Recreatief gebruik kan op gespannen voet staan met de overige in het gebied aanwezige natuur, agrarisch gebruik, wonen, bedrijven. Mensen komen recreëren omdat de kwaliteit van het gebied aanspreekt, maar juist die kwaliteit kan onder druk komen te staan als de recreatiedruk toeneemt. Het gebruik van de gronden en de gebouwen wijkt af van de overige functies: de recreant maakt relatief kort gebruik van de voorzieningen en is niet altijd bekend met het gebouw of de omgeving waar men is. Ook zijn veel recreatieve gebouwen geschikt voor het (kortstondig) ontvangen van grote groepen mensen. Agrarische sector De agrarische sector is ook vertegenwoordigd in het buitengebied. Dit gebruik kan op gespannen voet staan met de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Aanwezige kwetsbare (natuur)gebieden en functies als wonen kunnen de mogelijkheden van het agrarisch bedrijf beperken. De risico’s in de agrarische sector hebben vooral te maken met milieu aspecten van het bedrijf en de omgeving. Door opschaling van agrarische bedrijven ontstaan er ook meer activiteiten die wellicht niet langer passen in het buitengebied. Te denken valt aan onder andere energieopwekking door biovergistingsinstallaties. Door het verkleinen van agrarische bedrijven komt het voor dat een voorheen tweede dienstwoning wordt afgesplitst en verkocht wordt als burgerwoning. Hierdoor vindt er geleidelijk een verschuiving plaats van een gebied met overwegend actieve agrarische inrichtingen naar een gebied met meerdere burgerwoningen. Door deze verschuiving krijgt het gebied ook een veel zwaarder beschermingsregime vanuit milieu wet- en regelgeving. Dit kan als effect hebben dat de nog wel actieve agrarische inrichtingen geen uitbreidingsmogelijkheden meer hebben.

Rechtspraak bij dit artikel