Naar hoofdinhoud
In dit hoofdstuk beschrijven we de strategie voor vergunningverlening voor het toetsen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. Dit betreft de activiteiten voor bouwen, aanlegwerkzaamheden, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, brandveiligheid, milieu-inrichtingen, aanpassen van een monument, slopen, aanleggen inrit, kappen van bomen en het aanbrengen van reclame-uitingen. Een omgevingsvergunning is meestal een ‘gebonden beschikking’. Dat betekent dat het bevoegd gezag de gevraagde vergunning moet verlenen wanneer een aanvraag voldoet aan de criteria. De wijze van indiening van de aanvraag, de voorbereidingsprocedures, de wijze van beschikken en de termijnen zijn wettelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag heeft een beperkte vrijheid in de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven. In dit hoofdstuk gaan we daarom niet uitgebreid in op het gehele proces. Het wordt in hoofdlijnen weergegeven, zodat het een duidelijk kader biedt. Daarnaast staan we met name stil bij de specifieke invulling van de onderdelen waarbij sprake is van (enige) beleidsvrijheid. In de uitvoering wordt veel gebruik gemaakt van protocollen en checklists, waar we in dit hoofdstuk ook geregeld naar verwijzen. Deze zijn opgenomen in het Handboek (bijlage 2).

Rechtspraak bij dit artikel