Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.5

Toetsing aanvraag omgevingsvergunning – inhoudelijk

Onderdeel van Integraal beleid vergunningverlening, toezicht en handhaving gemeente Assen

Per aangevraagde activiteit wordt inhoudelijk getoetst aan de in de Wabo vastgelegde weigeringsgronden. Voldoet een aanvraag niet aan deze gronden, dan moet de gevraagde vergunning geweigerd worden, tenzij daarvan gemotiveerd afgeweken kan worden. In deze paragraaf benoemen we de relevante weigeringsgronden per activiteit. Daar waar (enige) beleidsvrijheid mogelijk is, wordt toegelicht hoe daarmee wordt omgegaan. Een doel van de vergunningverlening is in alle gevallen het borgen van rechtszekerheid. Per activiteit wordt het verdere doel van de vergunningverlening aangegeven. 5.5.1 Bouwen bouwwerk De activiteit Bouwen bouwwerk wordt inhoudelijk getoetst aan de volgende onderdelen (weigeringsgronden): Bouwbesluit Een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan het Bouwbesluit. De focus bij de toetsing ligt op de onderwerpen veiligheid (o.a. brandpreventie en constructies) en gezondheid (o.a. ventilatie). Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het type bouwwerk. Dit onderscheid is vastgelegd in het toetsprotocol. Een openbaar gebouw of een gebouw bedoeld voor een kwetsbare doelgroep kent een vergaande toets op deze onderwerpen, terwijl een vergunningaanvraag voor een dakkapel op hoofdlijnen wordt getoetst. Uit de aanvraag moet voldoende aannemelijk blijken dat het plan voldoet aan het Bouwbesluit. Bouwverordening De toets aan de Bouwverordening vindt volledig plaats. Bestemmingsplan De toets aan het bestemmingsplan vindt volledig plaats. Mocht er sprake zijn van strijdigheid, dan vindt in het individuele geval een ruimtelijke afweging plaats. Welstand Een bouwplan wordt getoetst aan de Welstandsnota. De Welstandscommissie adviseert hierover. Het college kan gemotiveerd afwijken van het advies. Het doel van deze toets is het bieden van een veilige leefomgeving en het respecteren van aanwezige, veelal cultuurhistorische, waarden. 5.5.2 Uitvoeren werk(zaamheden) De vergunningsplicht en de weigeringsgronden voor de activiteit ‘Uitvoeren werk(zaamheden)’ zijn geregeld in het bestemmingsplan of de beheersverordening. De belangen worden afgewogen op basis van een (nader) in te dienen onderbouwing of onderzoeken. De inhoudelijke advisering wordt uitgevoerd door interne en externe deskundigen. Het doel van deze toets is het respecteren van aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden. 5.5.3 Gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of beheersverordening Het grondgebied van de gemeente wordt compleet gedekt door ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen). Deze plannen zijn in de meeste gevallen niet ouder dan 10 jaar. In ons streven naar integraliteit van de bestemmingsplannen, wordt gebruik gemaakt van generieke bestemmingen. Waar nodig vindt maatwerk plaats. In alle fasen van de totstandkoming van een bestemmingsplan, wordt deze voorgelegd aan de casemanagers Wabo, zodat kan worden beoordeeld of deze toetsbaar en handhaafbaar is. Een aanvraag omgevingsvergunning die niet voldoet aan de planologische regels, kan alsnog vergund worden met de activiteit ‘Gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of beheersverordening’. We handelen hierbij vanuit een ‘Ja, mits’ houding: in principe zijn we bereid om mee te werken aan initiatieven die planologisch strijdig zijn, tenzij er redenen zijn om dat niet te doen. Daarbij gaan we ervan uit dat het initiatief niet mag leiden tot een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit. Ook kan ervoor gekozen worden om voor de strijdige ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Waar nodig wordt bij aanvragen die planologisch strijdig zijn in het individuele geval een ruimtelijke afweging gemaakt. Er wordt gemotiveerd hoe ons bestuur omgaat met de bevoegdheid om af te wijken van de geldende planologische regels. Deze beleidslijn is niet strijdig met lokaal, provinciaal of rijksbeleid en wordt consequent en gemotiveerd toegepast. Er zijn vier mogelijkheden om medewerking te verlenen: de binnenplanse afwijking (1°); de buitenplanse afwijking, met toepassing van bijlage II van het Bor (2°); de buitenplanse afwijking, met een projectafwijkingsprocedure (3°); het postzegelbestemmingsplan (4°). (1°) Bij de binnenplanse wijziging bevat het bestemmingsplan altijd het beoordelingskader. (2°) Bij toepassing van bijlage II van het Bor gaat het vooral om artikel 4. Toetsing vindt onder meer plaats aan het op te stellen planologisch afwijkingsbeleid. (3°) De projectafwijkingsprocedure is voor plannen die niet passen in het geldende bestemmingsplan of waaraan niet met toepassing van bijlage II van het Bor kan worden meegewerkt. Met deze afwijkingsprocedure wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan vanwege een specifieke strijdigheid, terwijl de bestemming er niet mee wijzigt. Deze procedure richt zich alleen op de concreet beoogde activiteit. Voor deze procedure zal aanvrager altijd een goede ruimtelijke onderbouwing moeten aanleveren. Het college besluit of meegewerkt wordt. In bepaalde gevallen is een verklaring van geen bedenkingen nodig van de gemeenteraad. (4°) Het postzegelbestemmingsplan is vergelijkbaar met de projectafwijkingsprocedure. Het verschil is dat met het postzegelbestemmingsplan gezorgd wordt voor een aangepaste/ nieuwe bestemming. Deze bestemming hoeft niet alleen de ruimtelijke basis te vormen voor de dan beoogde concrete activiteit, maar kan ook ruimte bieden voor toekomstige ontwikkelingen. Het college besluit of meegewerkt wordt. De gemeenteraad stelt het postzegelbestemmingsplan vast. Het doel van deze toets is zorgen dat aan het wettelijke criterium van “een goede ruimtelijke ordening” wordt voldaan. Hierbij wordt gehandeld vanuit het denken in mogelijkheden, zonder overige belangen uit het oog te verliezen. 5.5.4 Brandveilig gebruik bouwwerk In het Bor is opgesomd in welke gevallen sprake is van een vergunningplicht. In alle gevallen gaat het om het in gebruik nemen van een bouwwerk, bestemd voor het verblijf van een kwetsbare doelgroep. Om deze reden wordt de toets aan het Bouwbesluit in deze gevallen volledig gedaan. Op grond van het Bouwbesluit is er voor een bepaalde categorie bouwwerken een Melding brandveilig gebruik nodig. Dit is ook het geval als er gebruik is gemaakt van een gelijkwaardige oplossing. Voor de uitvoering gelden opgestelde protocollen en werkinstructies. Vergunningaanvragen en meldingen worden voor advies voorgelegd aan de VRD. Het doel van deze toets is het bieden van een veilige leefomgeving. 5.5.5 Aanpassen rijksmonument Aanvragen omgevingsvergunning met de activiteit ‘Aanpassen rijksmonument’ worden in een aantal gevallen voorgelegd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De RCE geeft een advies af. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. De voorwaarden die door de RCE worden geadviseerd, worden veelal overgenomen in de omgevingsvergunning. Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van cultuurhistorisch erfgoed. 5.5.6 Sloopwerkzaamheden De vergunningsplicht en de weigeringsgronden voor de activiteit ‘Slopen bouwwerk’ zijn geregeld in het bestemmingsplan of de beheersverordening. De belangen worden afgewogen op basis van een (nader) in te dienen onderbouwing of onderzoeken. De inhoudelijke advisering wordt uitgevoerd door interne en externe deskundigen. Op grond van het Bouwbesluit is er voor een bepaalde categorie sloopwerkzaamheden geen omgevingsvergunning nodig. Hiervoor kan worden volstaan met het doen van een sloopmelding. Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van aanwezige cultuurhistorische waarden, het beschermen van de gezondheid en het sturen van de afvalstroom. 5.5.7 Vergunningplicht op grond van een verordening In een gemeentelijke of provinciale verordening kan geregeld zijn dat voor bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is. In de Apv is onder andere de vergunningsplicht vastgelegd voor het kappen van bomen, het aanbrengen van handelsreclame en het aanpassen of maken van een uitrit. In provinciale verordeningen is onder andere de vergunningsplicht vastgelegd voor het aanpassen van een provinciaal monument of het aanpassen of maken van een uitweg. Als de vergunningplicht geldt vanuit een provinciale verordening, dan wordt de gemeente om advies gevraagd door de provincie (het bevoegd gezag). In de betreffende verordening zijn de weigeringsgronden gesteld voor de vergunningsplichtige activiteit. De belangen worden afgewogen op basis van een (nader) in te dienen onderbouwing of onderzoeken. De inhoudelijke advisering wordt uitgevoerd door interne en externe deskundigen. Het doel van deze toets is het behoud van de gebouwde en landschappelijke kwaliteiten en het bieden van een veilige leefomgeving. 5.5.8 Natuurwetgeving (Bouw)plannen kunnen gevolgen hebben voor natuur en de flora en fauna. Als bij toetsing van het plan blijkt dat hiervan sprake kan zijn, wordt de aanvrager gevraagd een quickscan uit te voeren. De uitkomst kan zijn dat ook een vergunning volgens de Wet Natuurbescherming of een ontheffing van de Flora- en Faunawet moet worden aangevraagd. Het is aan de aanvrager om ervoor te kiezen om deze procedure apart te voeren of aan te laten haken bij de aanvraag omgevingsvergunning. Als hij ervoor kiest het aan te laten haken bij de aanvraag omgevingsvergunning, vraagt de gemeente een Verklaring Van Geen Bezwaar (VVGB) aan bij het bevoegd gezag. Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van aanwezige natuurwaarden en ecologische waarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel