Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.5

Sanctiestrategie

Onderdeel van Integraal beleid vergunningverlening, toezicht en handhaving gemeente Assen

6.5.1 Inleiding Wanneer tijdens toezicht een overtreding wordt geconstateerd start de handhaving. Aan het begin van dit hoofdstuk beschreven we al dat daarbij de Landelijke Handhavingsstrategie wordt gevolgd. Daarbij worden twee uitgangspunten gehanteerd: iedere bevinding krijgt een passende interventie; het proces om tot een passende interventie te komen is in alle gevallen gelijk. Voor een passende interventie is het essentieel dat deze plaatsvindt met het oog op de verzamelde feiten en een beoordeling van de aard en omstandigheden van het geval. Een interventie is passend wanneer het zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot snel herstel van de gewenste situatie, naleving teweegbrengt, herhaling voorkomt en eventueel straft waar dat passend of noodzakelijk is om de overtreder tot naleven te brengen of de norm te bevestigen. Dit betekent dat twee keuzes noodzakelijk zijn: Hoe wordt er opgetreden: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- en strafrechtelijk, of alleen strafrechtelijk? Welke interventies worden ingezet? Uit de Landelijke handhavingsstrategie blijkt het principe van zo licht mogelijk starten met interveniëren, gericht op herstel, en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix uit de strategie, zie figuur 6.2. De handhaver weegt daartoe de ernst van de bevinding, het gedrag van de overtreder en de feiten en omstandigheden van de situatie. Dit is verder uitgewerkt in de Landelijke Handhavingsstrategie. Figuur 6.2 Interventiematrix In de sanctiestrategie worden de volgende bestuursrechtelijke instrumenten voor het handhavingsproces onderscheiden: Constateringsbrief: de overtreder wordt, door middel van een brief, gewezen op de overtreding. De overtreder krijgt de mogelijkheid binnen een gestelde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. Vooraanschrijving: de overtreder ontvangt een bestuurlijke waarschuwing met de mogelijkheid binnen een bepaalde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen, en ontvangt hierbij een conceptbesluit. Daarbij wordt duidelijk gemaakt welke sancties open staan om de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld zienswijze in te dienen op de vooraanschrijving. Definitieve aanschrijving: overeenkomstig de procedure als in de Algemene wet bestuursrecht wordt in deze aanschrijving een lastgeving opgelegd: het definitieve besluit. Na het verstrijken van de termijnen in deze beschikking worden de aangekondigde sancties geëffectueerd. Er kunnen zich echter gevallen voordoen die aanzetten tot het direct handhavend optreden waarbij niet alle stappen kunnen worden gevolgd. Te denken valt hierbij aan acuut gevaar of calamiteiten, bijvoorbeeld een brand waarbij asbest vrijkomt, waarbij de beschikking (definitieve aanschrijving) vaak na het nemen van maatregelen wordt opgelegd. Onafhankelijk van de zwaarte van de overtreding wordt van de voormelde aanschrijvingen een afschrift aan het Openbaar Ministerie gestuurd. Het bestuursrechtelijke traject loopt wanneer wenselijk tegelijk met een passende strafrechtelijke maatregel van het Openbaar Ministerie. Hiervoor is een goede samenwerking met politie en justitie belangrijk. Temeer wanneer het bestuursrechtelijke optreden geen of onvoldoende oplossing biedt, bijvoorbeeld omdat sprake is van onherstelbare schade, wordt met de politie bekeken of er tot een strafrechtelijke vervolging wordt gekomen. Ook hiervan gaat een preventieve uitstraling uit, het is een duidelijk statement van de gemeente. Hierna sommen we kort de handhavingsinstrumenten op die de gemeente tot haar beschikking heeft. In het Handboek gaan we hier nader op in. Tevens geven we in het Handboek achtereenvolgens per thema aan welke specifieke handhavingsinstrumenten worden gebruikt. 6.5.2 Sanctiestrategie In de sanctiestrategie onderscheiden we de hiernavolgende bestuursrechtelijke instrumenten voor het handhavingsproces. Hierbij maken we een onderscheid tussen minnelijke handhaving en repressieve handhaving. Een herstelsanctie is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere of herhaalde overtreding. Een bestraffende sanctie is gericht op leedtoevoeging en kan naast een herstelsanctie worden opgelegd. Een strafrechtelijke sanctie is eveneens gericht op leedtoevoeging maar valt onder het strafrecht. Ook kan met privaatrechtelijke handhaving worden opgetreden. 6.5.2.1 Minnelijke handhaving Minnelijke handhaving betreft de inspanningen gericht op het ongedaan maken van ongewenste situaties waarbij nog geen handhavingsinstrumenten worden toegepast. Dit kan beperkt blijven tot het aanspreken of informeren van een overtreder. Denk hierbij aan de toezichthouder die overtreders aanspreekt op hun gedrag. Anderzijds kan dit ook een langdurig proces betreffen waarbij meerdere malen wordt overlegd met overtreders over het beëindigen van ongewenste situaties. De achtergrond bij deze wijze van handhaving is echter het gegeven dat er reeds een overtredingssituatie bestaat of dat deze zich zal aandienen. Behoudens situaties waarin legaliseren of gedogen is aangezegd, geldt dat deze overtredingen dienen te worden beëindigd. De wijze waarop overtredingen ongedaan dienen te worden gemaakt, de te volgen procedure en benodigde medewerking van de gemeente, de termijnen die daarvoor worden gegund en (in mindere mate) de hoogte van sancties zijn onderwerp van gesprek. Idealiter worden langs deze weg overtredingen ongedaan gemaakt terwijl toch zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met belangen van overtreders. Ook kan schriftelijke informatie worden verstrekt of kan verwezen worden naar websites. Aanspreken of informeren is vooral aan de orde bij goedwillende overtreders die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te heffen. 6.5.2.2 Repressieve handhaving Repressieve handhaving is globaal onder te verdelen naar drie soorten: bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en privaatrechtelijke. Het college heeft op basis van de Gemeentewet de mogelijkheid om bestuursrechtelijk te handhaven. De wijze waarop bestuursrechtelijke handhaving dient plaats te vinden is in hoofdzaak beschreven in de Awb. De inventarisatie van de handhavingsinstrumenten betreft dan ook in hoofdzaak bestuursrechtelijke instrumenten. Bij bestuursrechtelijke handhaving staat in de eerste plaats het ongedaan maken of voorkomen van overtredingen en de gevolgen daarvan voorop. Sancties die met dit doel worden opgelegd noemen we herstelsancties. Het gaat hierbij dus om het adresseren van ongewenste situaties en niet om het bestraffen van degene die deze situatie veroorzaakt. Vaak is de overtreder ook de persoon die het in zijn macht heeft om een overtreding te beëindigen maar dat hoeft niet. Uitgangspunt is dat degene die deze macht heeft wordt verplicht om overtredingen te beëindigen. Ook vallen enkele bestraffende sancties onder het bestuursrecht. Strafrechtelijke handhaving richt zich tegen de overtreder door deze te bestraffen. In wezen gaat het om door de rechtsstaat gelegitimeerde vergelding door leedtoevoeging aan overtreders. Strafrecht richt zich daarmee dus niet op het ongedaan maken van ongewenste situaties maar op bestraffing van overtreders. Hier gaat ook een afschrikkende werking vanuit, wat preventief kan werken. Privaatrechtelijke handhaving heeft een geheel andere invalshoek. Privaatrechtelijke handhaving door de gemeente vindt zijn herkomst in rechten van de gemeente. Daarbij treedt de gemeente op als elk andere rechtspersoon en natuurlijke persoon. De te handhaven rechten kunnen ofwel grondslag vinden in overeenkomsten waarbij het bestuursorgaan partij is en kan optreden vanwege het niet nakomen van deze overeenkomsten, ofwel het bestuursorgaan kan optreden vanuit een rechtspositie ten opzichte van bij een overtreding betrokken objecten en/of vanuit het aansprakelijkheidsrecht. In tabel 6.1 geven we de verschillende vormen van repressieve handhaving overzichtelijk weer per categorie. Tabel 6.1 Vormen van repressieve handhaving Categorie Sanctie Herstelsancties Last onder dwangsom Preventieve last onder dwangsom Last onder bestuursdwang Tijdelijk stilleggen Intrekken, beperken en schorsen van vergunningen/ontheffingen Bestraffende sancties Bestuurlijke boete Schorsen of intrekken vergunning Strafrechtelijke handhaving Bestuurlijke strafbeschikking Privaatrechtelijke handhaving Hanteren van eigenaarsbevoegdheid Gebruik van privaatrechtelijke overeenkomst Actie uit onrechtmatige daad

Rechtspraak bij dit artikel