Met betrekking tot de berekening van de kosten van bestaan wordt bij de berekening van deze, in afwijking van het bepaalde in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, voor de belastingschuldige die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt gesteld gerekend met 100 procent van het toepasselijke netto-ouderdomspensioen.