Naar hoofdinhoud
1.. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste drie leden dit noodzakelijk achten. 2.. De voorzitter bepaalt de dag, het tijdstip en de plaats – al dan niet via digitale wijze - van de vergadering. De voorzitter doet van elke vergadering tenminste vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie en indien van toepassing, de adviseur(s). 3.. Indien bijzondere omstandigheden een spoedige bijeenkomst van de commissie vergen kan van de in lid 2 bedoelde termijn worden afgeweken, doch geschiedt de oproep tenminste 8 uur voorafgaand aan de vergadering. 4.. De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is.

Rechtspraak bij dit artikel