Volledigheidshalve wordt hier vermeld dat de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 36b lid 4 van de Participatiewet altijd van toepassing is. De belanghebbende doet aan het dagelijks bestuur op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de studietoeslag. Dit betekent in ieder geval dat belanghebbende vanaf het moment van aanvraag verplicht is om inkomsten uit arbeid direct door te geven aan het dagelijks bestuur. Deze verplichting geldt niet als die feiten en omstandigheden door het dagelijks bestuur kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is.
Als de studietoeslag ten onrechte is verstrekt omdat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in: artikel 36b lid 4 van de Participatiewet, artikel 9 lid 1 van dit beleid, artikel 36b lid 6 van de Participatiewet, artikel 40 lid van de Participatiewet, maakt het dagelijks bestuur gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering op grond van artikel 36b lid 6 en paragraaf 6.4 van de Participatiewet. Hierbij sluiten we aan bij de beleidsregels terug- en invordering Orionis Walcheren.
Artikel 9.
Inlichtingenplicht en terugvordering
Onderdeel van Beleidsregels studietoeslag gemeente Veere