Wij voeren periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt om:
de vorderingen van de inburgeringsplichtige te volgen tijdens het inburgeringstraject; en
in de gaten te houden of het traject nog passend is.
Het aantal gesprekken gedurende het inburgeringstraject wordt afgestemd op het niveau van de inburgeringsplichtige (maatwerk).
Gedurende de eerste twaalf maanden na de start van de inburgeringstermijn vinden minimaal vier voortgangsgesprekken plaats.
Wij nodigen de inburgeringsplichtige schriftelijk uit voor de voortgangsgesprekken. Als de voortgangsgesprekken niet fysiek kunnen plaatsvinden wordt het gesprek online of telefonisch gevoerd. In de uitnodiging vermelden wij het volgende:
wat het voortgangsgesprek inhoudt;
waar en wanneer het voortgangsgesprek plaatsvindt;
wat de gevolgen zijn als de inburgeringsplichtige niet voor het voortgangsgesprek verschijnt.
Tussen de datum van de uitnodigingsbrief en het voortgangsgesprek liggen minimaal vijf werkdagen.
Ter voorbereiding op deze gesprekken winnen wij informatie in bij de organisaties en personen die bij het traject betrokken zijn, zoals cursusinstellingen, organisaties uit het maatschappelijk middenveld en werkgevers.
Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen en planning volgens het PIP worden uitgevoerd of dat aanpassing noodzakelijk is. Het gaat daarbij om:
de afgesproken leerroute en de bijbehorende planning;
de ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject;
de intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject;
de (arbeids)participatie-activiteiten;
de vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige; en
voor de inburgeringsplichtige die de B1-route of Onderwijsroute volgt: of het taalniveau van deze leerroute voldoende aansluit.
Wij kunnen een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, nog geen anderhalf jaar verstreken is. In bijzondere omstandigheden die te maken hebben met de inburgeringsplichtige, kan van deze termijn worden afgeweken.
Wij beoordelen op basis van de voortgangsgesprekken of er onvoldoende voortgang of een grotere voortgang is dan op grond van het PIP was te verwachten.
Als deze beoordeling daartoe aanleiding geeft, dan schakelt de inburgeringsplichtige over naar een andere leerroute en passen wij het PIP aan.
Wij registreren de wijziging van de leerroute en, voor asielstatushouders, de intensiteit van de taallessen in het ISI.
Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kunnen wij voor de inburgeringsplichtige die de B1-route of Onderwijsroute volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd. Dit kan alleen wanneer:
de inburgeringsplichtige ten minste zeshonderd uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet;
er nog geen anderhalf jaar is verstreken; en
de inburgeringsplichtige zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen. Voordat een besluit wordt genomen wordt hierover informatie opgevraagd bij de cursusinstelling die de taallessen verzorgt.
Als de beoordeling daartoe aanleiding geeft, dan schalen wij (onderdelen van) de B1-route of Onderwijsroute af naar niveau A2 en passen wij het PIP aan.
Wij maken een verslag van ieder voortgangsgesprek en delen dit met de inburgeringsplichtige.
Op basis van de uitkomst van de voortgangsgesprekken passen wij zo nodig (onderdelen van) het PIP aan en stellen wij het PIP opnieuw bij beschikking (officieel besluit) vast.