Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. Het college kan een ondernemer aanwijzen die [tevens] belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij de aangewezen ondernemer. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan de aangewezen ondernemer in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats OFaan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel