Indien de feitelijke dader onbekend is of onbekend gebleven is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met de betreffende bepaling in deze verordening.
Het bepaalde in het voorgaande lid geldt niet indien deze persoon aantoont, dat door hem voldoende zorg voor het milieu in acht is genomen.
De zorg, bedoeld in het tweede lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
Het bepaalde in de eerste drie leden laat onverlet de uit het burgerlijk recht voortvloeiende aansprakelijkheid en de mogelijkheid van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, om uit dien hoofde op te treden.
Hoofdstuk 5
Artikel 22
Aansprakelijkheidsstelling
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening gemeente Amstelveen 2022