Deze verordening treedt in werking op de dag na haar bekendmaking.
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening doelgroepen nieuwbouw sociale koopwoningen, sociale huurwoningen en middenhuurwoningen gemeente Bunnik.
Toelichting op de verordening
Met deze doelgroepenverordening regelt en borgt de gemeente dat voor sociale koopwoningen tot de NHG grens een instandhoudingstermijn en een doelgroep wordt aangewezen en een zelfbewoningsplicht geldt, zodat de sociale koopwoningen voor de vastgestelde termijn van tien jaar na oplevering behouden blijven voor de bepaalde doelgroep.
Met deze doelgroepenverordening kan de gemeente Bunnik een percentage sociale koopwoningen, middenhuur en sociale huur opnemen in een bestemmings c.q. omgevingsplan. In een exploitatieplan of anterieure overeenkomst met ontwikkelaars worden de regels uit de doelgroepenverordening nader gespecificeerd.
Hieruit volgt dat de verordening en het opnemen van percentages sociale koopwoningen, middenhuurwoningen en sociale huur in het bestemmingsplan aan elkaar zijn gekoppeld. Het noemen van percentages in het bestemmingsplan kan alleen als er een verordening is. De verordening is alleen van toepassing op de gebieden waarvoor in het bestemmingsplan een minimumpercentage aan een sociale koopwoningen, middenhuurwoningen en sociale huur is opgenomen.
Opname van het aandeel woningen uit de doelgroepenverordening in een bestemmingsplan in combinatie met een doelgroepenverordening biedt dus een duidelijk publiekrechtelijk kader. Uiteindelijk – als de Omgevingswet van kracht is geworden – is een doelgroepenverordening niet meer nodig, want dan kunnen de regels in die verordening een plaats krijgen in het omgevingsplan.
Artikel 3.
Vooruitlopend op de omgevingswet is het de gemeente Bunnik toegestaan (op grond van de crisis- en herstelwet) om de prijsgrens van een sociale koopwoning te koppelen aan de NHG grens. De prijsgrens is per 1 januari 2023 € 405.000 v.o.n.
Deze verordening geldt voor alle nieuwbouwwoningen met een verkoopprijs tot de NHG grens. Dat betekent dat een woning die binnen de instandhoudingstermijn van tien jaar wordt doorverkocht, voor niet meer mag worden verkocht dan de oorspronkelijke koopprijs plus de CPI indexatie. Met investeringen door de verkoper wordt geen rekening gehouden.
Voorbeeld:
1e eigenaar koopt de woning voor € 275.000 v.o.n. En verkoopt de woning na 5 jaar. De maximale verkoopprijs van de woning mag zijn: € 275.000 plus het indexatiepercentage over 5 jaar.
Artikel 4
De doelgroep zoals benoemd in artikel 4 heeft voorrang bij het kopen van een sociale koopwoning. Met een doelgroepenverordening kan de gemeente overigens nog niet regelen dat die woningen ook echt worden bewoond door mensen die tot de doelgroep behoren. Dat kan alleen op basis van de Huisvestingswet 2014. De gemeente mag vanaf 2023 in de huisvestingsverordening ook voorschriften opstellen voor de toewijzing van sociale koopwoningen tot de NHG-grens. Dit moet dan gebeuren op basis van een nog op te stellen vergunningstelsel.
Artikel 7
Gedurende de instandhoudingstermijn van tien jaar moet de koper zelf in de woning gaan wonen. Over het algemeen betreft het kleinere woningen. Een periode van tien jaar beschouwen we als een redelijke termijn waarbinnen starters een volgende stap zetten in hun wooncarrière, bijvoorbeeld vanwege de wens om een gezin te stichten.
Artikel 9
Bij sociale koopwoningen wordt de meldingsplicht opgenomen in de akte van levering en de anterieure overeenkomst als zakelijk recht of kettingbeding met boetebeding. Hierin wordt vermeld dat de overdracht van de woning niet mag plaatsvinden zonder melding bij de gemeente. Bij verkoop van de woning moet de notaris deze bepaling toetsen.
Artikel 12
– Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Verordening doelgroepen nieuwbouw sociale koopwoningen, sociale huurwoningen en middenhuurwoningen gemeente Bunnik