Op grond van artikel 1:4 van de APV kunnen er voorschriften aan de vergunning worden verbonden. De vergunninghouder is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Onderstaand de voorschriften die kunnen worden opgenomen in de standplaatsvergunning. Indien noodzakelijk kunnen er aan de vergunning andere nadere voorschriften worden verbonden.
Algemeen
De vergunning is persoonsgebonden en niet aan derden overdraagbaar;
De vergunning wordt verleend voor het innemen van een standplaats voor de volgende activiteiten: <activiteiten>;
De standplaats mag uitsluitend op de volgende dag(en) en tijdstip(pen) worden ingenomen: <dagen>, <tijdstip(pen)>;
De vergunning is geldend tot <einddatum>. Voor het continueren van uw activiteiten op dezelfde locatie bent u zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van een nieuwe vergunningsaanvraag;
De standplaats dient te worden ingenomen overeenkomstig de bij deze vergunning gevoegde situatietekening(en);
U moet zelf zorgdragen voor het autovrij maken en houden van uw standplaats;
De standplaats mag alleen worden ingenomen met een verkoopwagen, kraam o.i.d. welke mobiel is (elke dag verrijdbaar);
U mag geen uitbouwsels aan de verkoopwagen worden gebouwd, of anderszins schotten, schermen o.i.d. worden aangebracht;
Vergunninghouder dient tijdens het innemen van een standplaats in het bezit te zijn van een geldend bewijs van inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Deze vergunning of een afschrift hiervan moet bij het innemen van de standplaats en tijdens de openingstijden desgevraagd worden getoond aan de door ons aangewezen toezichthouders;
Eventuele aanwijzingen en/of bevelen gegeven door de politie en/of andere door ons aangewezen toezichthouders dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.
Veiligheid en zichtbaarheid
U dient obstakels, in welke vorm dan ook, duidelijk te markeren en zodanig te plaatsen dat daardoor geen hinder, schade of overlast wordt veroorzaakt voor derden, noch dat de plaatsing daarvan op enigerlei wijze kan leiden tot gevaarlijke situaties;
U dient ter voorkoming van het ontstaan van gevaarlijke situaties, eventuele stroomkabels, leidingen en dergelijke zodanig neer te leggen en af te dekken dat gebruikers en bezoekers van de standplaats hiervan geen hinder ondervinden;
U treft maatregelen die redelijkerwijs van u verwacht kunnen worden ter waarborging van de veiligheid van het publiek en de medewerkers die zich in of bij de standplaats bevinden;
U bent verplicht erop toe te zien dat de standplaatsen vanaf zonsondergang voorzien zijn van een deugdelijke verlichting, waarmee uitgestalde goederen helder verlicht zijn.
Uitzonderingen innemen standplaatsen
Géén standplaats mag worden ingenomen:
op de door ons college, dan wel de burgemeester, aan te wijzen en tijdig vooraf bekend te maken dagen;
tijdens kermissen, evenementen of andere bijzondere omstandigheden (en de opbouw en afbouw daarvan);
indien de betreffende dag een zon- en/of feestdag is, waarop de verboden als bedoeld in de Winkeltijdenwet van toepassing zijn, met uitzondering van de voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken;
op donderdagen in Boxmeer tijdens de weekmarkt;
op woensdagen in Mill tijdens de weekmarkt;
op vrijdagen in Grave-stad tijdens de weekmarkt, met uitzonderingen van standplaatsen door verenigingen, stichtingen of instellingen die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard wanneer het te verhandelen artikel niet reeds op de weekmarkt wordt aangeboden;
In het geval genoemd onder 16 onder a en b kan tijdelijk een andere locatie door ons college, dan wel de burgemeester, worden aangewezen dan waarvoor vergunning is verleend.
Eet- en drinkwaren
De bereiding en verkoop van onverpakte eet- en drinkwaren mag uitsluitend vanuit overdekte stands geschieden;
Onverpakte voedingsmiddelen moeten door een vitrine worden beschermd;
De werk- en/of verkooptafels moeten voorzien zijn van een hard, effen en glad voor water ondoordringbaar materiaal.
Afval en opruimen
U zorgt ervoor dat de omgeving van de standplaats steeds in een nette en opgeruimde staat wordt gehouden;
U zorgt voor een deugdelijke en afsluitbare bak, korf, emmer of mand, waarin afval kan worden gedeponeerd indien verpakkingsmaterialen worden gebruikt of anderszins afval wordt geproduceerd op de standplaats;
Iedere keer na het beëindigen van de verkoopactiviteiten zorgt u ervoor dat de omgeving van de standplaats, tot 50 meter rond de standplaats, van eventueel van de standplaats afkomstige afvalstoffen wordt gezuiverd;
U zorgt voor de verwijdering van (dierlijke) afvalstoffen naar een erkende stortplaats;
Het is ten strengste verboden om afvalstoffen zoals vet, olie en andere vloeistoffen op het gemeentelijk rioleringsstelsel te lozen;
Het opruimen en verwijderen van afval(stoffen) is voor uw rekening en risico. Voldoet u niet aan bovengenoemde voorschriften, dan zullen wij in dat geval de noodzakelijke reinigingskosten aan u doorberekenen.
Schade
U treft alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen teneinde te voorkomen dat de gemeente dan wel derden schade lijden ten gevolge van het gebruiken van de vergunning;
U bent verplicht de schade, die door het gebruikmaken van de vergunning aan eigendommen van de gemeente of van derden toebrengt te vergoeden. De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit het gebruiken van de vergunning.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.2.
Vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Standplaatsenbeleid Land van Cuijk