In artikel 1:8 en 2:10 APV zijn weigeringsgronden opgenomen welke kunnen leiden tot het weigeren op een aanvraag voor een terrasvergunning. De aanvraag voor een terrasvergunning op grond van 2:10 APV kan worden geweigerd:
In het belang van de openbare orde (artikel 1:8 APV);
In het belang van de openbare veiligheid (artikel 1:8 APV);
In het belang van de volksgezondheid (artikel 1:8 APV);
In het belang van de bescherming van het milieu (artikel 1:8 APV);
Als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg (artikel 2:10 APV);
Als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand (artikel 2:10 APV);
In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak (artikel 2:10 APV).
Op basis van artikel 1:8 lid 2 APV kan de vergunning of ontheffing ook worden geweigerd als de aanvraag minder dan vijf weken voor de beoogde datum van het in gebruik nemen van het terras is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Indien aan de indieningvereisten wordt voldaan en er geen redenen zijn om te weigeren op basis van de weigeringsgronden, kan een terrasvergunning onder voorwaarden voor onbepaalde tijd worden verleend.