Naar hoofdinhoud
1.. Politie en openbaar ministerie kunnen in het kader van strafrechtelijk onderzoek beelden vorderen: hiervoor dient een schriftelijke vordering te worden verstrekt; de beelden worden overgedragen conform de strekking van de vordering uit lid 1 onder a; de operationeel verantwoordelijke, of diens plaatsvervanger, wordt voordat het beeldmateriaal is overgedragen mondeling of schriftelijk op de hoogte gesteld; de beelden worden digitaal verstrekt aan de aanvrager. De aanvrager is hierna verantwoordelijk voor het beeldmateriaal. 2.. Betrokken burger of diens belangenbehartigers mogen beelden bekijken: zij mogen de beelden alleen inzien als zij (vermoedelijk) zijn opgenomen met de bodycam; de beelden mogen opgevraagd worden in kader van het recht op inzage zoals beschreven in artikel 15 AVG, in artikel 25 van de Wpg jo artikel 27 van de Wpg, of om een klacht of verzoek om schadevergoeding in te dienen; bij het bekijken van de beelden is altijd een medewerker van de handhavingsorganisatie zoals bedoeld in artikel 2.8 onder lid 1 onder a en/of b aanwezig; de verzoeker heeft een aantoonbaar belang bij inzage van de beelden en inzage is niet in strijd is met de bepalingen zoals opgenomen in de AVG. Dat houdt bijvoorbeeld in dat derden (niet de verzoeker) die eveneens op de beelden te zien zijn, voor verzoeker onherkenbaar worden gemaakt. De opgevraagde beelden worden, alvorens deze ter inzage worden aangeboden, getoetst op inhoud, zodat informatie van/over derden voor verzoeker niet inzichtelijk is; de operationeel verantwoordelijke, of diens plaatsvervanger, wordt voor het bekijken is begonnen mondeling of schriftelijk op de hoogte gesteld; op verzoek kan een kopie van de beelden worden verstrekt zoals bedoeld in artikel 15 lid 3 AVG, met inachtneming van artikel 15 lid 4 AVG. 3.. De betrokken medewerkers worden geïnformeerd als er een verzoek om inzage is ingediend. Waar nodig of op verzoek van de medewerkers worden zij betrokken bij de verstrekking van de kopie. 4.. Een uitleesverzoek voor de camerabeelden dient schriftelijk of via het e-formulier op de website van de gemeente Heerlen te worden gedaan. 5.. Het uitleesverzoek dient minimaal te bevatten: organisatie en/of naam, adres, telefoonnummer en/of emailadres; een aantoonbaar belang voor het uitkijken van de beelden; datum, tijdstip en plaats waar de beelden zijn opgenomen. 6.. Alle verzoeken tot uitlezen en de afhandeling ervan zullen apart geregistreerd worden in het centrale zaaksysteem. Achteraf moet te herleiden zijn: wanneer de bodycams zijn ingezet en met welk doel, maar ook van welke specifieke bodycam de beelden afkomstig waren, wie de drager was, wie de beelden wanneer heeft ingezien en aan wie ze zijn verstrekt. 7.. Het uitlezen van camerabeelden dient altijd goedgekeurd te worden door de operationeel verantwoordelijk, of diens plaatsvervanger. Deze zal de noodzaak beoordelen van het ter beschikking stellen of verstrekken van opnamen. 8.. Het is niet toegestaan om persoonsgegevens verder te verwerken op een wijze die onverenigbaar is met de doelen waarvoor ze zijn verkregen. Wanneer het verzoek wordt ingewilligd wordt er door de operationeel verantwoordelijke opdracht gegeven om de beelden van de bodycam uit te lezen. 9.. Tegen het besluit om niet te voldoen aan het verzoek kan verzoeker bezwaar en beroep instellen. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel