Buitenspelen is gezond: het geeft energie en het levert een positieve bijdrage aan het concentratievermogen en de motorische, cognitieve en sociale ontwikkeling van kinderen. Actieve kinderen zijn gezonde kinderen. Buitenspelen is leuk en het kan eigenlijk overal, zowel speeltuinen als informele speelplekken zijn hier geschikt voor. Speeltuinen zijn niet alleen een plek om buiten te kunnen spelen, maar ook een belangrijke plaats voor kinderen om elkaar te ontmoeten.
Visie: Ieder kind groeit op in een veilige, gezonde en leerzame omgeving waar het optimaal de kans krijgt zich te ontwikkelen
Speeltuincommissies verbinden bewoners met elkaar door bijvoorbeeld activiteiten in en rond de speeltuin te organiseren. Op deze manier dragen ze bij aan een betere leefbaarheid in onze dorpen en het voorkomen van sociale isolatie. In buurten, wijken en dorpen zijn speeltuinen een stimulans voor de onderlinge contacten van bewoners. In wijken met een lage sociaaleconomische status kan een speeltuin een verbindende rol spelen en een gezondere leefstijl helpen bewerkstelligen.
Lange termijn visie: Een van de mogelijkheden om een aantrekkelijke speelruimte te realiseren, is het centraliseren van speelplekken en kleine, minder gebruikte speelplekken te sluiten.
Spelende kinderen is wat we het liefste zien, maar soms ligt een speelplek er verlaten bij. Daarbij komt dat het deel van de kinderen dat iedere dag buiten speelt, blijft dalen. Onderzoek van Jantje Beton toont aan dat van de huidige kinderen nog slechts 14% elke dag buiten speelt. 15% van de kinderen speelt zelfs nooit buiten! Jantje Beton (2018) vroeg kinderen naar de redenen hiervan. De belangrijkste reden? 39% van de kinderen vindt de speelplekken saai en speelt daarom liever binnen.
De gemeente Opsterland wil buiten spelen stimuleren door de speelplekken aantrekkelijker en uitdagender te maken. Dit wordt bereikt door in de lange termijn visie de focus te leggen op grotere kwalitatieve centrale speelplekken per dorp. De centralisatie stimuleert het buitenspelen. Dit betekent niet dat kleine speeltuinen per direct worden gesloten. Wél wordt er in de toekomst rekening gehouden met het toekennen van subsidie aanvragen voor nieuwe speeltoestellen en nieuwe plekken voor speeltuinen.
De centralisatie wordt gerealiseerd door het hanteren van een minimum aantal kinderen om een speelplek in te richten of te handhaven. De speelruimtenorm geeft aan hoeveel kinderen er aanwezig dienen te zijn om één formele speelvoorziening in te richten of in stand te houden. Er wordt afgerond naar boven. De norm:
Doelgroep 1 (0 tot 6 jaar): één speelvoorziening per 100 kinderen
Doelgroep 2 (6 tot 12 jaar): één speelvoorziening per 100 kinderen
Naast het voldoen aan de speelruimtenorm wordt er in de toekomst een minimum aan eisen gesteld voor het inrichten van een speeltuin. Een speeltuin moet minimaal 5 verschillende speeltoestellen bevatten. Elke speeltuin is toegankelijk voor kinderen in de leeftijden van 0 tot 12. Daarnaast wil de gemeente bevorderen dat in iedere toekomstige speeltuin rekening wordt gehouden met kinderen met een beperking en dat hier met de keuze van de toestellen rekening wordt gehouden. De gestelde norm voor het aantal kinderen per speeltuin is leidend, maar er zijn uitzonderingssituaties. Een voorbeeld is een lintdorp. Daarom is maatwerk belangrijk.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.
Algemeen
Onderdeel van Richtlijnen speeltuinenbeleid, Bûten boartsje yn Opsterlân 2023