In deze verordening wordt verstaan onder:
A. Kind(eren): ten laste komende thuiswonende kinderen van 4 tot en met 17 jaar;
a. huishouden: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 onderdeel a, b, of c van de Participatiewet *1;
B. Bijdrage: de met toepassing van deze beleidsregel verleende of te verlenen geldelijke bijdrage;
C. Aanvrager(s): de in de gemeente woonachtige persoon van 18 jaar en ouder en zijn eventuele partner (indien er sprake is van gehuwden of daarmee gelijkgestelden) of gezin, die een aanvraag om een bijdrage op grond van deze beleidsregel indient of indienen;
D. Gezinsleden: de tot het huishouden behorende personen van 18 jaar en ouder
E. zelfstandige woonruimte: een eigen woonruimte in eigendom of een eigen woonruimte waarbij op basis van een schriftelijke overeenkomst met een derde een commerciële prijs is overeengekomen als huurder of als kostganger én waarbij er maandelijks energiekosten worden betaald;
F. Inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen conform paragraaf 3 van de Participatiewet;
G. Minimuminkomen: het in aanmerking te nemen inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in de Participatiewet;
H. Vermogen: het vermogen van de aanvrager zoals is bepaald in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet;
I. Peildatum: de aanvraagdatum.
J. referteperiode: periode van 3 maanden voorafgaand aan de peildatum;