Naar hoofdinhoud
1.. De houder bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens en op basis van de kinderopvangtoeslagtabel, de van toepassing zijnde subsidie- en ouderbijdrage. 2.. De houder brengt de subsidie in mindering op de door de ouders/verzorgers van de peuters te betalen kosten voor gebruik van het aanbod. 3.. De houder rapporteert per kwartaal per geplaatste peuter minstens de volgende gegevens: klantnummer peuter/ouder(s); start- en einddatum; categorie volgens artikel 7, tweede lid onder a en b; uren basisaanbod en uren aanvullend aanbod; ouderbijdrage in percentage. 4.. Voor deze rapportage wordt gebruik gemaakt van een door het college aangewezen format of systeem. 5.. Om in aanmerking te komen voor de bekostiging van het aanvullend aanbod voorschoolse educatie moet de subsidieaanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden: actieve deelname aan een door de gemeente georganiseerd overleg met betrekking tot voorschoolse educatie en daaruit voortvloeiende activiteiten; actieve deelname aan door de gemeente georganiseerde professionalisering van pbm’er(s) ve; stimuleren van ouders tot volledige afname van aanvullend aanbod voorschoolse educatie; besteden van extra aandacht aan ouderbetrokkenheid door ouders te stimuleren om met hun kind te praten, spelen en voor te lezen; verzorgen van een warme overdracht naar het basisonderwijs voor ve-geïndiceerde kinderen; medewerking verlenen aan het registreren en monitoren van resultaten van voorschoolse educatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel