Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Vraagstelling of opgaven

Onderdeel van Ruimtelijke beleidsregel scootmobielstallingen

Vanuit inwoners, woningcorporaties en/of een intern werkatelier zoals Sociaal team of Beleid sociaal domein worden vragen gesteld over het plaatsen van scootmobielstallingen. Vervolgens raken werkateliers zoals Vergunningen, toezicht en handhaving, Openbaar gebied, Gebiedsontwikkeling en planologie, Grondzaken betrokken bij een zaak. Bij deze zaaksbehandelingen is een behoefte ontstaan aan meer eenduidigheid en meer doelmatigheid. Voor een inwoner met een scootmobiel schuilt de aanleiding van de vraag in een behoefte om haar of zijn scootmobiel veilig te stallen, terwijl de woning zelf of een garage of tuinschuurtje geen bergingsruimte biedt (er is bijvoorbeeld geen berging, of de berging is door een te smalle brandgang of te grote draaicirkel, drempel, helling niet toegankelijk, enz.). Voor een woningcorporatie of andere verhuurder of beheerder kan meespelen dat zij door een huurder wordt gevraagd om toestemming, en/of dat de plaatsing van scootmobielen in een gang, hal of tuin ongewenst is, met name omdat de doorgang belemmerd wordt en het opladen van een accu een risico op brand geeft. Als de gemeente een scootmobiel als Wmo-voorziening ter beschikking stelt, wordt zij zelf geconfronteerd met de eis van een verzekeraar dat het voertuig veilig gestald wordt. Het college ziet zich nu geplaatst voor de opgave om te reageren op maatschappelijke vragen die nog onvoldoende waren voorzien bij het ontwerp van onze bestaande fysieke leefomgeving en bij het stellen van de huidige ruimtelijke regels, en om het gemeentelijke werkproces voor die vragen te optimaliseren. Deze beleidsregel is een deel van het antwoord op de genoemde opgaven.

Rechtspraak bij dit artikel