Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3.

Afwijking regulier en goede ruimtelijke ordening

Onderdeel van Ruimtelijke beleidsregel scootmobielstallingen

Dankzij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht kan via de reguliere voorbereidingsprocedure voor sommige activiteiten een omgevingsvergunning verleend worden voor het afwijken van het bestemmingsplan. Dat geldt bijvoorbeeld voor een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom of voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde (tot een bepaalde hoogte en oppervlakte). Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht biedt ook de mogelijkheid van een omgevingsvergunning voor afwijkend planologisch gebruik gedurende maximaal 10 jaar. Deze bepalingen kunnen wel gebruikt worden voor een scootmobielstalling, maar er is dan nog een vergunning nodig (zelfs al verloopt dat slechts via de reguliere voorbereidingsprocedure) en het college moet van oordeel zijn dat de activiteit niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening (zie onze Beleidsregel indieningsvereisten voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Wat goede ruimtelijke ordening is, het centrale criterium van de Wet ruimtelijke ordening, is ruim te bezien maar toch niet zo breed als de scope van de Omgevingswet die op afzienbare termijn de Wet ruimtelijke ordening vervangt. Door jurisprudentie is het begrip goede ruimtelijke ordening wat afgebakend. Maar het bevoegd gezag heeft nog wel gelegenheid tot wilsbepaling en een motiveringsplicht die daarmee samenhangt. De bestuursrechter zal in beginsel beoordelen of het bevoegd gezag, binnen de afbakening van wat wel of niet ruimtelijke ordening is, in redelijkheid tot zijn standpunt over de goede ruimtelijke ordening heeft kunnen komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel