De aanvraag van een omgevingsvergunning activiteit bouwen, ongeacht of het gaat om vergunningverlening volgens of in afwijking van het bestemmingsplan, is te toetsen aan het welstandsbeleid (welstandsnota en eventueel beeldkwaliteitsplan, kwaliteitshandboeken inrichting openbare ruimte). Indien vergunningvrij is gebouwd, kan via de excessenregeling en handhaving alsnog worden tegengegaan dat een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Overigens kunnen derden verzoeken om handhaving door het college.
In de algemene welstandsnota is voor de centrumgebieden van Schijndel, Veghel, Erp en Sint-Oedenrode aan historische waarden groot belang toegekend. Verder biedt de algemene welstandsnota geen specifieke ruimte voor scootmobielstallingen. In een advies over welstand kan de Adviescommissie omgevingskwaliteit Meierijstad daarom en/of op gebiedsspecifieke of algemene criteria van oordeel zijn dat de bouw van een scootmobielstalling in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Dat hoeft niet gericht te zijn op een scootmobielstalling als zodanig, of op een specifieke locatie, maar kan ook gericht zijn op de specifieke vorm, grootte, materiaaluitvoering of kleur van de gewenste stalling. Dat niet zelden een klant de wens zal hebben haar of zijn scootmobielstalling te plaatsen aan de voorzijde van een woning of appartementencomplex, maakt de kans op een kritische welstandstoets allicht groter.
Wanneer deze beleidsregel vastgesteld zou worden door de raad, is deze beleidsregel tevens een aanvulling op de algemene welstandsnota. Dan is voortaan met het oog op welstand ook aan deze beleidsregel te toetsen (en deze specifieke en recente beleidsregel heeft dan voorrang op algemener geformuleerde welstandsbepalingen en zelfs op specifieke bepalingen tegen scootmobielstallingen in het oudere welstandsbeleid).
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5.
Bouwen en welstand
Onderdeel van Ruimtelijke beleidsregel scootmobielstallingen