Naar hoofdinhoud
a. . Een rentevoordeel ten opzichte van een financiële instelling is onvoldoende reden voor verstrekking van een lening door de gemeente. b. . Verzoeken om leningen worden geweigerd als de betreffende lening zonder onoverkomelijke bezwaren voor de aanvrager door een financiële instelling kan worden verleend; c. . Een gemeentegarantie heeft de voorkeur boven een gemeentelijke lening. Indien een garantie voldoende is wordt geen lening door de gemeente verstrekt; d. . De financiële positie en prognoses van de aanvrager moeten zodanig zijn dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden; e. . Geen garantie of lening is mogelijk indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds zoals Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds voor de Zorg en Waarborgfonds Kinderopvang. De gemeente heeft dan vaak wel een zogenaamde achtervangfunctie; f. . Specifiek voor sport geldt dat er wordt samengewerkt met de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Zonder medewerking van dit Fonds wordt in beginsel geen lening of borgstelling door de gemeente verstrekt. Deze stichting biedt naast een borgstelling van 50% ook een aanvullende toetsing zoals een sporttechnische keuring en een jaarlijkse controle van de begroting en jaarrekening. Er wordt aansluiting gezocht bij de eisen aan een borgstelling van het SWS; g. . Een aanvraag voor een lening of garantie lager dan€ 15.000,- wordt niet in behandeling genomen; h. . Besluiten ten aanzien van waarborgen en garanties groter dan € 100.000,- worden pas genomen nadat de Raad is geïnformeerd en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen; i. . De gemeente is voorts bereid borg te staan, als ook aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het risico kan niet worden afgedekt door een recht van hypotheek op het onderpand ten behoeve van de geldverstrekker; de garantie wordt alleen verstrekt aan instellingen, die van de gemeente een subsidie in de jaarlijkse exploitatiekosten ontvangen; de instelling dient jaarlijks voor 1 juli een jaarrekening over het afgelopen jaar in te dienen; de op te nemen geldlening dient minimaal€ 15.000,- te bedragen; de instelling mag zonder toestemming van de gemeente geen andere financieringsmiddelen opnemen met als sanctie vervallen van de subsidie; j. . Aan het eind van de looptijd is de lening volledig afgelost; k. . De looptijd van de (gegarandeerde) lening is niet langer dan de verwachte technische of economische levensduur (als deze korter is) van het object waar de financiering wordt aangewend.

Rechtspraak bij dit artikel