Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 27.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel

1.. Inspraak vindt in principe plaats tijdens het Iepen Poadium. In geval een onderwerp rechtstreeks in de raadsvergadering wordt behandeld, is inspraak in de raadsvergadering mogelijk. Dit vindt dan plaats na het vragenhalfuur. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft open gestaan; benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; over onderwerpen waarover een hoorzitting is gehouden; over onderwerpen waarvan de voorzitter van oordeel is dat het uitoefenen van spreekrecht redelijkerwijs niet bijdraagt aan de behartiging van het belang waarvoor spreekrecht wordt beoogd; over onderwerpen waarop reeds in het Iepen Poadium is ingesproken, inspraak is in principe éénmaal mogelijk op hetzelfde onderwerp. 3.. Degene, die van het spreekrecht op een geagendeerd onderwerp gebruik wil maken, meldt dit schriftelijk of mondeling tot uiterlijk 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering aan de griffier. Als de spreker gebruik wil maken van het spreekrecht op een niet geagendeerd onderwerp moet dit minimaal één werkdag voorafgaand aan de vergadering bij de griffier worden gemeld. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres, zijn telefoonnummer en namens wie hij spreekt. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De raad kan de spreker verhelderende vragen stellen. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de burger. 7.. Nadat de inspreker(s) het woord heeft (hebben) gevoerd over een geagendeerd onderwerp, wordt het betreffende onderwerp zo mogelijk direct door de raad behandeld. 8.. Na de behandeling door de raad krijgt de inspreker indien gewenst de gelegenheid om nog kort te reageren op de behandeling in de raad. 9.. Inspraak vindt slechts éénmaal plaats bij informerende of opinierende behandeling. Als het onderwerp rechtstreeks besluitvormend wordt behandeld is inspraak in de besluitvormende fase mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel