Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Aanvullende uitgangspunten bij verduurzaming monument en/of woning/gebouw gelegen in beschermd dorpsgezicht

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel tot vaststelling van de Beleidsregel Zonnepanelen/-collectoren en buitenunits

Primair uitgangspunt is de ‘trias energetica’; het minimaliseren van energiegebruik, gebruik van duurzame energie en het efficiënt gebruiken van fossiele brandstoffen. Omgaan met monumenten is altijd maatwerk. Het kan daarom voorkomen dat in bijzondere gevallen zonnepanelen/-collectoren of buitenunits juist wel of toch niet mogelijk blijken vanwege de beperkte of grotere gevolgen voor de monumentale waarden. Als het voor het plaatsen van installaties nodig is om het dak te versterken of andere aanpassingen te doen in het monument, zal per geval beoordeeld worden of dit passend is vanuit monumentenzorg. De werkzaamheden mogen niet leiden tot onevenredige schade aan het historische materiaal en de constructie van het pand. Technisch gezien gelden bij het aanbrengen van zonnepanelen/-collectoren op een monument in veel gevallen dezelfde aandachtspunten als bij een niet-monument: de dakconstructie moet de installatie goed kunnen dragen. Brandveiligheid. Het plaatsen van de installatie dient te gebeuren door een vakspecialist om een verhoogd brandrisico te voorkomen. Er bestaan systemen, waarbij zonnepanelen/-collectoren in dakpannen of dakleien geïntegreerd worden. Bij deze systemen wordt de bestaande dakbedekking verwijderd. Verwijdering van de bestaande dakbedekking voor het plaatsen van zonnepanelen/-collectoren is bij monumenten ongewenst. Het behoud van de historische dakbedekking is uitgangspunt. Als de dakbedekking om technische redenen vervangen moet worden, wordt geadviseerd om deze in vorm en materiaal identiek te vervangen. De zonnepanelen/-collectoren worden reversibel aangebracht. Bij een schuin dakvlak dienen de zonnepanelen/-collectoren evenwijdig aan de nok en de aandaken van het dakvlak geplaatst te worden en de afstand tot frontons, kil- en hoekkepers, dakranden e.d. is minstens een meter en is in aantal afgestemd op de reeds aanwezige voorzieningen zoals dakkapellen, dakvensters, loggia’s etc.. Om de zonnepanelen/-collectoren heen op het dak dient altijd een rand, een soort van 'passe-partout’, van het oorspronkelijke en monumentale dakvlak zichtbaar te blijven. Op een dak van een monument met verschillende eigenaren dient één oplossing of vorm ontwikkeld te worden die over het hele dak van het monument gelijk is. Het is niet wenselijk dat er bij iedere individuele eigenaar een andere vorm wordt toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel