Bij een kleinschalig initiatief voor het plaatsen van zonnepanelen/-collectoren gaat de gemeente altijd uit van het uitgangspunt om eerst het dakvlak te benutten. Dit geldt voor zowel woningen als ook voor bedrijven. Bij hoge uitzondering kan een kleinschalige grondopstelling van zonnepanelen worden toegestaan. Zonnepanelen op de grond zijn vergunningplichtig. Er is dan een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Het initiatief wordt daarbij tevens getoetst aan het bestemmingsplan. In een situatie waarbij het initiatief niet past binnen de bestemmingsplanregels, is er naast het onderdeel bouwen ook een omgevingsvergunning nodig voor het afwijken van het bestemmingsplan.
Er wordt vanuit de gemeente meegedacht met initiatieven voor zonnepanelen/-collectoren op de grond, indien:
het plaatsen van zonnepanelen/-collectoren op het dak vanuit de monumentale status van het pand ontoelaatbaar is en blijft;
het plaatsen van zonnepanelen/-collectoren op het dak in strijd is met het beschermd dorpsgezicht;
de dakconstructie niet geschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen/-collectoren;
opwekking op daken niet rendabel is vanwege dakrichting of beschaduwing;
de daken van de gebouwen onvoldoende opwekcapaciteit bieden voor de eigen energiebehoefte;
het ruimtelijk beeld onevenredig wordt aangetast door het plaatsen van zonnepanelen/-collectoren op het dak.
In genoemde situaties vraagt de gemeente aan initiatiefnemer om met een onderbouwing aan te tonen dat het dak niet (nog meer) gebruikt kan worden.
Voor medewerking van de gemeente aan een omgevingsvergunning voor grondgebonden initiatieven gelden verder de volgende voorwaarden:
Er zijn ter plaatse geen planologische belemmeringen.
De grondgebonden zonnepaneleninstallatie wordt bij voorkeur binnen het in het bestemmingsplan opgenomen bouwvlak gerealiseerd.
Als de grondgebonden zonnepaneleninstallatie toch buiten het bouwvlak wordt gerealiseerd, dient de noodzaak daartoe gemotiveerd aangetoond te worden.
Een grondgebonden zonnepaneleninstallatie buiten het bouwvlak wordt landschappelijk ingepast met gebiedseigen beplanting.
De bouwhoogte van de grondgebonden zonnepaneleninstallatie is maximaal 2 meter.
Bij de te plaatsen grondgebonden zonnepaneleninstallatie is er geen sprake zijn van hinderlijke schittering.
Procedureel: Op een grondgebonden zonnepaneleninstallatie van meer dan 50 m² die wordt gerealiseerd buiten het bouwvlak is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing.
Artikel 5.