De scope van de energieprestatie van het in dit warmteplan voorziene collectieve energiesysteem wordt bepaald conform de EMG methodiek. Deze bevat alle componenten in de energiebalans van primaire energiedragers, conversie, distributie en aflevering van warmte en koude, en indien van toepassing, ook de op het perceel geproduceerde duurzame elektriciteit.
Voor de bepaling van de energiezuinigheid van het in dit warmteplan beschreven collectieve energiesysteem zijn de Fpdel en Fpren voor warmte uit de vigerende EMG verklaring van Stichting Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (hierna genoemd als Bureau CRG) bepalend. Deze verklaring is op te vragen bij de warmte-koude exploitant of via Bureau CRG (www.bcrg.nl) .
Totdat er een vigerende EMG verklaring is, is de energieprestatie (EOR) van het te realiseren collectieve energiesysteem bepaald op minimaal 220% (primaire energie) ofwel 0,45 Fpdel. De Fpren is bepaald op minimaal 50%.
Het is nadrukkelijk de intentie om de energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem te verbeteren. Dit is mogelijk door de EMG verklaring periodiek te valideren door Bureau CRG. De warmte-exploitant vraagt een EMG verklaring aan.
Indien na verlening van de eerste EMG-verklaring voor een collectief energiesysteem in het warmteplangebied een nieuwe EMG-verklaring door BCRG wordt vastgesteld voor dat collectieve energiesysteem en uit die EMG-verklaring volgt dat de energieprestatie ervan is verbeterd (hogere Fpren of lagere Fpdel), wordt bij de beoordeling van de gelijkwaardigheid van een alternatief vanaf zes maanden na vaststelling van die EMG-verklaring, uitgegaan van die verbeterde energieprestatie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6
Energiezuinigheid - energieprestatie collectieve energiesysteem
Onderdeel van Warmteplan Amstel III-Paasheuvelweggebied en omgeving