Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Berekening kosten van bestaan

Onderdeel van Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen De Fryske Marren 2023

Bij het verlenen van kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 vindt het bepaalde in hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toepassing met dien verstande dat: bij de kwijtschelding in afwijking van artikel 16, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan wordt gesteld op 100 procent. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd. Er onder door burgemeester en wethouders vast te stellen nadere regels kwijtschelding van belastingen kan worden verleend aan een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent. Het hanteren van het netto-ouderdomspensioen, bedoeld in het tweede lid, geschiedt door: voor de pensioengerechtigden, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling, in plaats van de norm, genoemd in het toepasselijke artikelonderdeel, tweemaal het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet te hanteren; voor de belastingschuldigen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdelen b en d, van de Uitvoeringsregeling, die tevens pensioengerechtigd zijn, bij de berekening van de norm, genoemd in die artikelonderdelen, in plaats van factor B, genoemd in artikel 22a, eerste lid, van de Participatiewet, tweemaal het netto-ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet te hanteren; en voor de pensioengerechtigden, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling, in plaats van de norm, genoemd in het betreffende artikelonderdeel, éénmaal het netto-ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet te hanteren. Het netto-ouderdomspensioen wordt berekend door het bruto-ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, te verminderen met: de verschuldigde loonbelasting; de premies voor de volksverzekeringen; en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel