De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.
Bij een verlaging als bedoeld in artikel 9, onderdeel 1c, kan de verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de verlaging wordt toebedeeld.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente Druten