Via de Wmo 2015 biedt het college waar nodig ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie. In de Verordening is dit nader gespecificeerd, waarbij het wonen in een geschikt huis onderdeel is van de zelfredzaamheid. Daarbij is er één belangrijke voorwaarde voor het vaststellen van passende ondersteuning: er moet een woning zijn. Een eigen woning kan zowel een koop- als huurwoning zijn. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken van een woning (wat niet betekent dat ook woningaanpassingen worden toegekend voor deze categorieën van woningen).
Als er geen woning is, dan is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Iedereen moet zelf voor een woning zorgen, dat is geen Wmo-zaak.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2023