Naast de verplichtingen genoemd in de Awb, de Asv 2016 en in Artikel 6, gelden voor de subsidieontvanger de volgende aanvullende specifieke verplichtingen:
**1..** Een ontsteende en vergroende tuin
De te verwijderen verharding dient een oppervlak van minimaal 1 m2 te hebben.
De verwijderde verharding moet worden vervangen door levend groen, dus niet door kunstgras, grind of andere halfverharding.
**2..** Een groen dak
Men moet onderzoek laten doen (en aantonen) dat het dak geschikt is voor de aanleg van een groen dak. Dit kan bijvoorbeeld worden nagevraagd bij een erkend (dakdekkers-)bedrijf, een architect of een bouwkundige. Bovendien moet het groene dak worden aangelegd volgens de geldende regelgeving.
Het groene dak moet minimaal 1m2 groot zijn.
Elke m2 groen dak moet minimaal 20 liter water kunnen bergen. Dit moet met een waterbergingsnorm worden aangetoond. Bijvoorbeeld op de factuur van de leverancier.
Bestaat het groene dak voor 50% of meer uit (inheemse) grassen, kruiden en struiken en voor het overige oppervlak uit sedum, of wordt minimaal 40 liter water per m2 groen dak geborgen, dan kan € 10,= meer per m2 worden verkregen (dus totaal € 30,=/m2).
**3..** Van de riolering afgekoppeld verhard oppervlak
Het afgekoppelde oppervlak moet minimaal 9m2 zijn; (lengte x breedte van dak, recht van boven gezien).
Er moet worden voldaan aan de waterbergingsnorm van 20 liter voor elke m2 afgekoppeld verhard oppervlak. Als een opvangvoorzieningen (bijvoorbeeld een regenton) wordt toegepast en de inhoud is niet toereikend, moet een aanvullende maatregel worden toegepast zoals een (bovengrondse) infiltratievoorziening. Ook hiervan moet de waterbergingsnorm worden aangetoond. Na benutting van deze waterberging mag hemelwater eventueel via regenwaterleidingen overlopen naar groene zones in de tuin of naar de openbare ruimte.
Voor de maatregel ‘afkoppelen van de riolering’ moeten kleuren foto’s en filmpjes van de wateropslagvoorziening (20 liter/m2) tijdens aanleg worden gemaakt. Hierop moet duidelijk te zien zijn waar en hoe het water er in komt maar ook waarin het leegloopt.
Desgewenst kan van de gemeente een locaties specifiek advies worden verkregen welke wijze van afkoppelen het meest geschikt is.
Indien een subsidiebijdrage van de gemeente is ontvangen en binnen 5 jaar na uitkering van dit bedrag in de betreffende straat op kosten van de gemeente kan worden afgekoppeld, dan kan de subsidieontvanger na aanvraag een extra vergoeding ontvangen, van 50% van de destijds ontvangen subsidie.
**4..** Een gevel tuin
Er moet toestemming van de gemeente worden verkregen voor het aanleggen van een geveltuin. Toestemming van de gemeente is afhankelijk van de breedte van het trottoir en de aanwezigheid van kabels of leidingen, of andere objecten.
De te verwijderen verharding dient een oppervlak van minimaal 1 m2 te hebben; en
De verwijderde verharding moet worden vervangen door levend groen, dus niet door kunstgras, grind of andere halfverharding.
**5..** Een op de regenpijp aangesloten regenton, -zuil, -schutting, watertank en/of waterreservoir
De voorziening moet zijn aangesloten op de regenpijp en moet een overloop mogelijkheid hebben voor als deze vol is. Bij voorkeur naar een lager gelegen oppervlakte in de tuin, een infiltratiekrat of grindkoffer.
**6..** Indien men zelf niet aan de in artikel 9 genoemde minimale oppervlakte kan voldoen, kan een gezamenlijke aanvraag worden gedaan (bijvoorbeeld samen met buren). Bij de aanvraag moet dan een volmachtformulier worden ingediend.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Aanvullende subsidieverplichtingen
Onderdeel van Subsidieverordening “groen blauw Enschede”