Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE BUNNIK 2023

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang wordt gelaten van 1,5 meter breed en 2,2 meter hoog op voetpaden en van 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, spandoeken en reclameborden. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening provincie Utrecht 2010.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel