**1..** De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
**2..** Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer een of meer van zijn leden hier om verzoeken, alle gevraagde inlichtingen.
**3..** De vragen worden, indien de vragensteller om een mondelinge beantwoording heeft gevraagd, in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur beantwoord.
Indien om een schriftelijke beantwoording is gevraagd, geschiedt deze uiterlijk binnen vier weken, nadat de vragen zijn ingediend. Een afschrift van de gestelde vragen en, indien de beantwoording schriftelijk is geschied, een afschrift van het antwoord, worden aan de leden van het Algemeen Bestuur en aan de gemeenten ter kennisname toegestuurd.
**4..** Indien de beantwoording binnen de in het vorige lid genoemde termijnen redelijkerwijs niet mogelijk is, geschiedt deze zo spoedig mogelijk daarna schriftelijk.
In dit geval wordt zulks aan de vragensteller en aan de leden van het Algemeen Bestuur, onder opgave van redenen, tijdig medegedeeld.
**5..** Degene, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel vragen heeft gesteld, kan bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering van het Algemeen Bestuur en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende vergadering, zonder verlof van het Algemeen Bestuur, nadere inlichtingen vragen omtrent een door het Dagelijks Bestuur of een lid daarvan gegeven antwoord.
**6..** De vorige leden zijn van toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Hoofdstuk III. › Paragraaf
Artikel 22.
Artikel 22.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant