**1..** Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
**2..** Degene(n), die, ingevolge de in artikel 35 bedoelde voorschriften belast is/zijn met de samenstelling van een rekening, draagt/dragen er zorg voor, dat onmiddellijk na de sluiting van de dienst de rekening van uitgaven en inkomsten over het voorafgaande dienstjaar wordt opgemaakt. Hij legt/zij leggen deze vóór 1 maart aan het Dagelijks Bestuur over.
Het Dagelijks Bestuur biedt deze rekening(en), na toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid, ingesteld door de op grond van artikel 37 aangewezen deskundige, en hetgeen het Dagelijks Bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden, ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur aan.
**3..** Het Dagelijks Bestuur zendt de rekening(en) met het bijbehorende verslag eveneens aan de raden. Deze kunnen daaromtrent binnen acht weken na ontvangst het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen doen blijken.
Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij de rekening(en).
**4..** Het Algemeen Bestuur onderzoekt vervolgens de rekening(en) zonder uitstel en stelt ze vast, uiterlijk op 1 juli volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft/hebben.
**5..** De vaststelling van een rekening strekt het Dagelijks Bestuur en de op grond van artikel 36 aangewezen functionarissen tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
Hoofdstuk VII. › Paragraaf
Artikel 34.
Artikel 34.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant