**1..** Uittreding van een gemeente kan geschieden bij besluiten van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder voor zover zij bevoegd zijn, van de betreffende gemeente.
**2..** Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar vóór de datum van uittreding aan het Dagelijks Bestuur te worden aangeboden.
**3..** Het Dagelijks Bestuur zendt een besluit tot uittreding van een gemeente aan de colleges van burgemeester en wethouders.
**4..** Een uittredende gemeente is gehouden na uittreding bij te dragen in het begrote nadelig saldo van het laatste volledige jaar van deelname, en wel in het eerste kalenderjaar na uittreding het volle aandeel, in het tweede jaar na uittreding 75 procent van het aandeel, in het derde jaar na uittreding 50 procent van het aandeel en in het vierde jaar na uittreding 25 procent van het aandeel.
**5..** Een uittredende gemeente is voorts gehouden tot betaling van de door het Algemeen Bestuur vast te stellen desintegratiekosten, welke het gevolg zijn van die uittreding.
**6..** De uittreding treedt niet in werking dan na opname in de registers als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de wet.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 40.
Artikel 40.
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant