Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III. › Paragraaf

Artikel 9.

Artikel 9.

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant

1.. Zodra blijkt, dat een lid van het Algemeen Bestuur een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. 2.. De voorzitter van het Algemeen Bestuur geeft hiervan kennis aan de voorzitter van het college van burgemeester en wethouders, die het lid heeft aangewezen. 3.. Wanneer een lid van het Algemeen Bestuur komt te verkeren in het geval, genoemd in het eerste lid, geeft hij hiervan kennis aan het Algemeen Bestuur, met vermelding van de reden. 4.. Indien de kennisgeving niet is gedaan en het Dagelijks Bestuur van oordeel is, dat een lid van het Algemeen Bestuur verkeert in het geval, genoemd in het eerste lid, waarschuwt het de belanghebbende. 5.. Het staat deze vrij de zaak binnen acht dagen daarna aan het oordeel van het Algemeen Bestuur te onderwerpen.

Rechtspraak bij dit artikel