Geen kennismakingsperiode wordt verleend indien:

1.. Er sprake is van het rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 Participatiewet;

2.. Aanvragers reeds voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of een geregistreerd partnerschap;

3.. Eén van de belanghebbenden in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de kennismakingsperiode al gebruik heeft gemaakt van de kennismakingsperiode;

4.. Aanvragers bloedverwanten in de eerste of tweede graad zijn.