Naar hoofdinhoud
1.. Schriftelijke vragen als bedoeld in 155 lid 1 van de gemeentewet worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2.. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen vier weken, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4.. De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld. 5.. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 37 aan de leden van de raad toegezonden. 6.. De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. 7.. Technische vragen over de voorstellen die geagendeerd zijn voor de voorbesprekingen dienen voor donderdag 12:00 uur per e-mail voorafgaand aan de vergadering ingediend te zijn bij de griffie. Vragen die van te voren zijn ingediend worden uiterlijk dinsdag 15:00 schriftelijk beantwoord. 8.. Vragen die gesteld worden door raadsleden in de voorbespreking en van belang zijn voor het al dan niet agenderen van het voorstel als hamerstuk of bespreekstuk worden door het college schriftelijk beantwoord voor maandag 12:00 uur voorafgaande aan de raadsvergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel