Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 19

Jongerentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2023

1.. Een persoon van 18, 19 of 20 jaar waarvoor zelfstandige huisvesting noodzakelijk is, heeft recht op een jongerentoeslag voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 20 van de wet) en voor deze kosten geen beroep gedaan kan worden op de ouders, omdat: de middelen van de ouders niet toereikend zijn, óf de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken. 2.. De belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als: de ouder(s) is/zijn overleden of in het buitenland woont/wonen; de jongere in het kader van de Jeugdwet buiten het gezin is geplaatst; er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie. 3.. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden, maar bedraagt voor een alleenstaande (ouder) van 18 tot 21 jaar: tot aan de hoogte van de geldende bijstandsnorm voor een jongere inclusief vakantietoeslag, zoals die zou gelden voor een persoon van 21 jaar. 4.. Voor de jongeren van 18, 19 of 20 jaar in een inrichting verblijvend die aan het genoemde onder lid 1 sub a of b en lid 2 voldoet, wordt er bijzondere bijstand verstrekt overeenkomstig de inrichtingsnorm zoals genoemd in artikel 23 van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel