Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Hoogte subsidiebedrag, subsidieplafond en verdeelsystematiek

Onderdeel van Regeling subsidie beeldende kunst en vormgeving 2023

1.. De te verlenen subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteit, met een maximum van € 5.500,-, maar nooit meer dan het begrotingstekort dat verband houdt met de activiteit. 2.. Een aanvrager kan per periode voor maximaal één activiteit een aanvraag indienen. 3.. Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. 4.. Er zijn jaarlijks vier subsidieperiodes. Per periode wordt maximaal 25% van het subsidieplafond verleend. 5.. De volgende periodes worden gehanteerd: Periode 1: 1 januari t/m 31 maart; Periode 2: 1 april t/m 30 juni; Periode 3: 1 juli t/m 30 september; Periode 4: 1 oktober t/m 31 december. 6.. Als in een jaar het budget van een periode op de eerste dag van de volgende periode nog niet is verbruikt, wordt het restant van het budget gevoegd bij het budget voor de volgende periode. 7.. De aanvragen worden behandeld volgens een tendersysteem. De subsidieaanvragen worden gewogen door middel van een prioriteitenlijst die door het college wordt vastgesteld en gepubliceerd. 8.. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld in de volgorde van de rangorde van aanvragen die het minimaal vereiste aantal punten hebben gescoord. 9.. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die even hoog zijn gerangschikt, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. 10.. Uiterlijk 3 maanden na uiterlijke datum van indiening wordt op de aanvraag beschikt.

Rechtspraak bij dit artikel