Naar hoofdinhoud
Het college voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaats, tenzij anders bepaald (artikel 24, lid 4). Dit betreft het onderhouden van de wegen en paden, bomen, algemeen groen en algemene voorzieningen zoals de watertappunten en meubilair. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding. Het college voorziet in het onderhoud van cultuurhistorisch waardevolle graven en graven die zijn uitgegeven voor onbepaalde tijd en waarvan geen rechthebbende bekend is. Het college kan nadere regels vaststellen voor grafonderhoud door de beheerder van de begraafplaats.

Rechtspraak bij dit artikel