Naar hoofdinhoud
Na afloop van het (graf-)recht bepaalt de beheerder de bestemming van het (urnen)graf, urnennis, urnenplaats en gedenkplaats, alsmede het tijdstip en de werkwijze van verwijdering. Het opnieuw uitgeven van het grafrecht aan een belangstellende is een optie. Bovengrondse verwijdering van grafbedekking en gedenkteken kunnen eerder plaatsvinden dan ondergrondse verwijdering van de aanwezige resten. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het (urnen-)graf, nog aanwezige menselijke resten en asbussen te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf of worden verdiept begraven. De aanwezige asbussen in graven en nissen worden verstrooid op een van de daartoe bestemde verstrooiplaatsen van de begraafplaats. De rechthebbende op een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf kan voorafgaande de afloop van het grafrecht bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Het college kan nadere regels vaststellen voor het ruimen, schudden en bezorgen van overblijfselen.

Rechtspraak bij dit artikel