In afdeling I mogen per particulier graf maximaal twee overledenen worden begraven en maximaal vier asbussen worden bijgezet, tenzij anders bepaald. De rechthebbende bepaalt wie wordt begraven en bijgezet.
In afdeling II t/m IV mogen per particulier graf maximaal drie overledenen worden begraven en maximaal vier asbussen worden bijgezet, tenzij anders bepaald. De rechthebbende bepaalt wie wordt begraven en bijgezet.
In een enkelgraf mag maximaal één overledene worden begraven. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan.
In een onderhoudsvrij natuurgraf mag maximaal één overledene worden begraven. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan.
Per algemeen graf is het maximaal aantal te begraven overledenen afhankelijk van het aantal beschikbare lagen. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan. De beheerder van de begraafplaats bepaalt wie in het graf worden begraven.
Per particulier (kelder)urnengraf en urnenplaats mogen maximaal vier asbussen worden bijgezet, voor zover de ruimte het toelaat. De rechthebbende bepaalt wiens asbus wordt bijgezet.
Per particuliere urnennis mogen maximaal twee asbussen of één urn worden bijgezet.
Per particuliere gedenkplaats mogen meerdere overledenen herdacht worden.
Per particulier graf zijn in de begraafrechten inbegrepen een tijdelijke markering gedurende maximaal één jaar en een laag (plant)aarde.
Artikel 6