Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en voorzieningen aangewezen:
Bij een perceel:
één minicontainer van 240 liter voor het inzamelen van restafval;
één minicontainer van 240 liter voor het inzamelen van bioafval;
één minicontainer van 240 liter voor het inzamelen van oud papier en karton.
Bij hoogbouw:
een ondergrondse of bovengrondse inzamelcontainer voor restafval en/of bioafval;
een ondergrondse of bovengrondse inzamelcontainer voor oud papier en karton.
Op lokaal niveau:
verzamelcontainer voor glas, indien mogelijk gescheiden in wit, groen en bruin glas;
verzamelcontainer voor textiel;
verzamelcontainer voor luiers.
Indien er aantoonbare redenen zijn dat één minicontainer niet toereikend is, kan:
een tweede container worden aangeboden voor de inzameling van bioafval;
een tweede container worden aangeboden voor de inzameling van restafval.
Het college bepaald welke percelen gebruik maken van een gezamenlijke inzamelvoorziening voor restafval, bioafval en oud papier en karton.
Op grond van artikel 8 van de verordening, worden huishoudens die geen individueel of gemeenschappelijk inzamelmiddel voor bioafval ter beschikking gesteld hebben gekregen vrijgesteld van het gescheiden aanbieden van bioafval.
Artikel 7.
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening gemeente Eemsdelta 2023