De cliënt die een pgb wenst, motiveert schriftelijk in het plan, bedoeld in lid 3 onder a:
waarom hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel met een derde in staat is de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
waarom hij de maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo 2015 als een pgb wenst geleverd te krijgen of waarom hij een maatwerkvoorziening in het kader van de Jeugdwet in natura niet passend acht;
hoe naar zijn mening gewaarborgd is dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend, van goede kwaliteit en cliëntgericht is. Daarbij is in elk geval van belang dat wanneer degene die de diensten verleent in contact kan komen met personen die jonger zijn dan achttien jaar, voor aanvang van de dienstverlening over een actuele verklaring omtrent het gedrag beschikt als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste en tweede graad en degenen die incidentele ondersteuning bieden.
dat voldaan is aan het gestelde in artikel 9a. Desgevraagd onderbouwt de budgethouder dit met bewijsstukken.
voor zover het beschermd wonen betreft, een uiteenzetting van de kosten voor begeleiding, inclusief aanvullende specialistische begeleiding en dagbesteding.
Het tarief voor een pgb:
is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen;
wordt afgestemd op de verschillende vormen van ondersteuning en de verschillende typen hulpverleners;
wordt voor een zaak bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt;
is voor dienstverlening opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, ziekte, verzekeringen en reiskosten;
omvat voor beschermd wonen mede het schoonmaken van appartement of kamer en gemeenschappelijke ruimten
De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
een materiële voorziening: op basis van de kostprijs van de voorziening die de cliënt zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds-en verzekeringskosten;
huishoudelijke hulp: huishoudelijke hulp 1 en 2: op basis van (jaarlijkse) indexering op het uurtarief (2015) dat werd gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
individuele begeleiding: reguliere of specialistische begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagst toepasselijke tarief per uur, dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerd aanbieder.
reguliere of specialistische begeleiding uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk: op basis van het in lid 1 van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde tarief voor een persoon uit het sociale netwerk.
groepsbegeleiding en dagbesteding: dagbesteding met laag intensieve ondersteuning uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieders;
gespecialiseerde dagbesteding met hoog intensieve ondersteuning uitgevoerd door een daartoe opgeleide persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van 80% van het laagste toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleide beroepskracht dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder.
vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van 80% van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren.
Het pgb kan worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering van een hulpmiddel voor zover onderhoud en verzekering door het college wordt verlangd en het geen onderdeel is van het pgb.
De cliënt die in aanmerking komt voor een pgb is niet toegestaan om vanuit het pgb de volgende uitgaven te doen:
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor bemiddeling;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb (administratiekosten);
een eenmalige uitkering;
een feestdagenuitkering;
huur;
eten en drinken;
bijdrage in de kosten, zoals bedoeld in artikel 16;
contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb en kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;
zorg en ondersteuning die onder een andere wet vallen dan de wet op grond waarvan het pgb is verstrekt;
zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorziening vallen;
ondersteuning bij inkopen buiten EU-landen.
Indien de jeugdige niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, onderzoekt het college of diens gemachtigde of wettelijke vertegenwoordiger in staat wordt geacht de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren.
Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hier in de beschikking een andere termijn voor wordt vastgesteld.
Een pgb kan niet vooraf als vast maandloon aan de zorgverlener worden uitgekeerd maar dient te worden uitgekeerd via een declaratie of factuur.
Aanvullend op wettelijke voorwaarden en weigeringsgronden wordt een pgb niet of niet langer verstrekt indien:
de Wet schuldsanering natuurlijke personen op een cliënt van toepassing is en/of de cliënt onder bewind is gesteld, tenzij de cliënt al langer in een dergelijke situatie verkeert;
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb. Dit is onder andere het geval wanneer de belanghebbende:
handelingsonbekwaam is of
als gevolg van een verstandelijke handicap of ernstige psychische problematiek onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie of
last heeft van verslavings- of schuldenproblematiek of
een verleden kent van misbruik en/of fraude van een pgb.
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
er naar het gemotiveerd oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.
Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het pgb. Het college stelt jaarlijks de tarievenlijst vast met inachtneming van hetgeen in deze verordening en de hierbij behorende (financiële) bijlage is vastgesteld.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.
Regels voor pgb algemeen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Heumen 2023