Naar hoofdinhoud
1.. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekent door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de nieuwe rechthebbende als bedoeld in artikel 15, lid 2. 3.. Begraving in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de (nieuwe) rechthebbende. 4.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. 5.. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel