Naar hoofdinhoud
1.. Een recht op leefgeld bestaat jegens de belanghebbende, die In de gemeente is ingeschreven in de BRP, en Verblijft in een gemeentelijke opvang voorziening of in een particuliere opvang 2.. Geen recht op leefgeld bestaat jegens de belanghebbende die inkomsten uit werk of uitkering ontvangt die hoger zijn dan 50% van zijn leefgeldbedrag. die verblijft in een door hemzelf gehuurde of gekochte woning . die tevens de Nederlandse nationaliteit bezit. van wie rechtens de vrijheid is ontnomen. aan wie de tijdelijke bescherming wordt geweigerd vanwege het bepaalde in artikel 28 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Toelichting De inschrijving in de BRP biedt een verificatie dat de belanghebbende ook zijn verblijf in de gemeente heeft en een datum van het begin van zijn verblijf. Ingevolge de Regeling wordt gesteld, dat de belanghebbende die zelf in zijn huisvesting kan voorzien geen behoefte heeft aan een financiële ondersteuning. Een belanghebbende die ook de Nederlandse nationaliteit bezit kan niet als vluchteling worden aangemerkt. Hij verblijft immers in zijn eigen land. Analoog aan diverse inkomensregelingen (zoals de Participatiewet) geldt ook hier dat bij verblijf in detentie geen recht op financiële toelagen bestaat. De minister belast met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 200 oordeelt over de toepassing van het artikel 28. Samengevat stelt het artikel 28 van de Richtlijn, dat een lidstaat een persoon bescherming mag weigeren als er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat hij i) een oorlogsmisdadiger is, ii) hij een ernstig niet-politiek misdrijf heeft gepleegd, of iii) zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties. Een verdere reden voor weigering kan zijn als hij een gevaar vormt voor het land van opvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel