Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.3

De Omgevingsvergunning

Onderdeel van FTH-beleidsplan 2020 – 2023

De belangrijkste veranderingen van de Omgevingswet voor vergunningverlening en handhaving is het gaan communiceren als één overheid, het actief meedenken met de klant en het digitaal goed ondersteunen van die klant. “Klant” is een breed begrip want het gaat naast de initiatiefnemer ook over de belanghebbende. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk activiteiten te regelen met algemene regels. In sommige gevallen moet een initiatiefnemer een melding doen voordat de activiteit mag worden uitgevoerd. Een beperkt aantal activiteiten valt niet onder algemene regels en is toch nog vergunningplichtig. Vergunningplichtige activiteiten kunnen worden ingesteld door het Rijk (besluit activiteiten leefomgeving en besluit bouwwerken leefomgeving), de provincie (Omgevingsverordening), de gemeente (Omgevingsplan) en het waterschap (waterschapsverordening). De initiatiefnemer heeft zelf de verantwoordelijkheid om belanghebbenden te informeren en te betrekken. Om te stimuleren dat een initiatiefnemer omwonenden vroegtijdig betrekt bij de plannen, zijn regels opgenomen. De initiatiefnemer moet in de aanvraag voor een omgevingsvergunning aangeven of, en hoe, er overleg is geweest met belanghebbenden. Voor de overheid is het dan bij de aanvraag meteen duidelijk of belanghebbenden echt vroegtijdig betrokken zijn bij een initiatief. De overheid moet de informatie die bij de participatie is verkregen, betrekken bij de belangenafweging. Vooroverleg vindt plaats vóór het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Dit vooroverleg bevordert de kwaliteit van ingediende aanvragen, waardoor de vergunningprocedures worden bekort. Vooroverleg wordt door de Omgevingswet niet gereguleerd, is vormvrij en het initiatief hiervoor ligt bij de aanvrager. De aanvrager bepaalt zelf voor welke activiteiten hij een vergunning aanvraagt en wanneer hij dat doet. Hij kan dus voor verschillende vergunningplichtige activiteiten tegelijk één aanvraag indienen. Maar hij kan er ook voor kiezen om de aanvragen los van elkaar over een langere periode te doen. De Omgevingsvergunning in de Omgevingswet integreert en harmoniseert de vergunningverlening voor bestaande vergunningplichtige activiteiten uit de domeinen bouw, milieu, cultureel erfgoed en ruimtelijke ordening met de watervergunning uit de Waterwet, de ontgrondingenvergunning uit de Ontgrondingenwet, de vergunningen of ontheffingen op grond van de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Spoorwegwet, de Wet lokaal spoor, de Wet luchtvaart en de vergunning voor archeologische Rijksmonumenten uit de Monumentenwet 1988. Hieraan zullen vergunningen rond beschermde gebieden en dier- en plantsoorten plus een aantal vergunningstelsels uit lokale verordeningen worden toegevoegd. De geldende vergunningenstelsels zullen samengevat op de volgende punten ingrijpend veranderen: een deel van de bestaande vergunningen wordt vervangen door algemene regels meer vergunningen vallen onder de reguliere (korte) procedure de vergunning-aanvrager moet zelf voor participatie zorgen de Omgevingsvergunning "beperkte milieutoets" verdwijnt onderzoeken zijn langer geldig de vergunningverlening van rechtswege vervalt het begrip 'milieubelastende activiteit' vervangt het begrip 'inrichting' aanvragers bepalen zelf of zij activiteiten tegelijkertijd in één aanvraag of apart aanvragen er is adviesbevoegdheid, soms met instemmingsrecht, voor andere bestuursorganen.

Rechtspraak bij dit artikel